Interview Commissaris intern

Na het interview met de commissaris extern, voorzitter en penningmeester kan natuurlijk een interview met de commissaris intern ook niet uitblijven! Hilde Klok ging uitgebreid met de voorzitter van de activiteitencommissie, Lisanne Pilon, om tafel om haar beter te leren kennen. 

 

 

 

 

 

 

 

Persoonlijk

Wat is jouw ultieme droom of wat hoop je ooit te hebben bereikt?

Wat mij heel leuk lijkt is om een spelletjescafé op te richten samen met Danny, mijn vriend. In Kopenhagen heb je bijvoorbeeld echt hele leuke spelletjescafés. De sfeer is daar gewoon goed. Ik zou dan verantwoordelijk willen zijn voor het hele horecagedeelte. Danny zou dan het financiële gedeelte voor zijn rekening moeten nemen en alle spelletjes onder zijn hoede nemen.

Ook wil ik heel graag nog een keer gaan backpacken, bijvoorbeeld door Zuid-Amerika, Mexico en Zuid-Afrika. Ik heb eerder vijf maanden in Zuid-Oost Azië gebackpackt nadat ik mijn bachelor heb behaald. Ik ben toen begonnen in Vietnam, waar ik twee maanden Engelse les heb gegeven aan Vietnamese studenten.

Wat zoekt men niet snel achter jou?

Dat ik af en toe naar een hardstylefeestje ga. Ik zou graag naar meer hardstylefestivals gaan, maar het is zo ongelofelijk duur. Ik heb het hier een keer over gehad toen ik mentor was bij de studiestartgroepen. Ze vroegen zich daar af wat zij nog niet van mij wisten. Toen ik dit vertelde, reageerde iedereen: ‘Huh, maar je ziet er zo schattig uit!’. Dit is dus schijnbaar iets dat mensen niet van mij verwachten.

Ik hoorde dat jij ook wel de twerk-koningin wordt genoemd… Kan je daar wat meer uitleg over geven?

Dat heb ik nog nooit gehoord! Wie zegt dat?! Dat is nou niet echt mijn vaardigheid (Lisanne lacht). Ik vind het wel erg leuk om gek te dansen.  

Wie is jouw grote voorbeeld, zowel juridisch als persoonlijk?

Juridisch gezien heb ik geen voorbeeld. ik vind dat je moet doen wat je zelf goed en leuk vindt. In het dagelijks leven is het, heel cliché, toch wel mijn moeder. Zij kan namelijk heel goed relativeren terwijl ik juist iemand ben die snel stress heeft. Als ik een probleem met haar deel kan zij gelijk tien redenen opnoemen waarom mijn probleem toch niet zo groot is, waardoor ik denk: ‘o ja, je hebt wel gelijk’. Ik vind het knap dat zij dat zomaar kan. Daarnaast is mijn moeder echt altijd vrolijk en aardig tegen iedereen. Ze is heel sociaal en ze schaamt zich nooit ergens voor.

Waar hoop je later aan de slag te kunnen?

Ik hoop later bij het Openbaar Ministerie of de politie te werken, bijvoorbeeld als officier van justitie. Daar zit natuurlijk weer een hele opleiding aan vast, dus dat hoeft voor mij in het begin nog niet. Ik wil eerst aan de slag en niet meteen weer de studieboeken induiken. Ik vind het opsporen heel interessant. Het lijkt me vooral leuk om in de gaten te houden of de politie zich wel aan alle regels en wetten houdt. Bij het Openbaar Ministerie lijkt het me ook erg leuk om de officier van justitie te kunnen ondersteunen bij zijn werkzaamheden.

 

Bestuursfunctie

Hoe ben je bij Frederik van der Marck terecht gekomen?

Ik was al eerder bekend geraakt met Frederik van der Marck doordat een goede vriendin van mij, Tinka Floor, mij af en toe meegenomen had naar de vereniging. Maret en Kim, van het vorige bestuur, benaderden aan het einde van hun bestuursjaar bijna iedereen die in de master staats- en bestuursrecht actief was. Dat jaar volgde ik nog de masterrichting staats- en bestuursrecht. Maret en Kim hadden mij toen ook gevraagd om bestuur te doen maar toen twijfelde ik heel erg. Ik wilde toch wel graag mijn studie afronden, maar ik wilde wel iets leuks er naast doen. Toen ik hoorde dat ze nog echt een bestuurslid nodig hadden, trok mij dit over de streep.

Waarom heb je voor de functie van commissaris intern gekozen?

Het was eigenlijk de enige functie die nog over was, maar het was daarnaast ook de enige functie die ik wilde als ik een bestuur zou gaan doen. Ik vind het namelijk erg leuk om met mensen samen te werken. De functie van commissaris intern leek mij daarom ideaal, omdat je een commissie onder je hebt waarmee je samenwerkt. Als commissaris intern ben je bezig met mensen aansturen en contact onderhouden met andere met andere partijen, zoals studieverenigingen. Je bent constant bezig met mensen aansturen. Je leert hier zelf ook veel van. Binnen een commissie is de verhouding weer anders dan ‘normaal samenwerken’ omdat je een commissie aanstuurt maar tegelijkertijd onderdeel van de commissie bent. In het begin was dat wel even uitzoeken hoe die verhouding is en hoe je je gaat opstellen als voorzitter.

Wat vind je het allerleukste aan de vereniging?

Ten eerste dat het een kleinschalige vereniging is. Je ziet bijvoorbeeld steeds dezelfde mensen bij de activiteiten en daar bouw je een band mee op. Bij een grotere vereniging weet je eigenlijk niet echt wie je leden zijn en ik heb het gevoel dat ik nu wel weet wie onze leden zijn.

Daarnaast vind ik het leuk dat de vereniging goed contact heeft met de vakgroep. Ik denk dat onze vereniging daar uniek in is. Volgens mij heeft geen enkele andere vereniging zo’n goede band met een vakgroep. Wij spreken de docenten wel regelmatig en vragen ze om advies, maar zij vragen ons soms ook om advies. Het contact verloopt bovendien heel gemakkelijk. Toen wij bijvoorbeeld de Den Haag-reis wilden organiseren, kwam de vakgroep meteen met allerlei connecties die ze in Den Haag hadden.

Op welke georganiseerde activiteit ben jij het meest trots?

De Den Haag-reis, ook omdat het met een overnachting was. We waren verantwoordelijk voor drie van de vier activiteiten (de Raad van State, de gemeente en de Tweede Kamer). Elke activiteit verliep soepel en het was allemaal echt heel interessant. De Den Haag-reis hebben we in samenwerking met TBR en Vintres georganiseerd. Je merkt dat andere verenigingen een ander systeem hebben wat betreft de samenwerking en het organiseren van een activiteit. Als je kijkt naar wat we neer hebben gezet, dan mogen we zeker niet klagen. Het resultaat was gewoon heel goed!

Welke doelen had jij voor de vereniging en denk je dat deze een beetje zijn uitgekomen?

Ik wilde dat de vereniging een minder ‘stoffig’ imago kreeg en dat Frederik van der Marck gezien werd als een vergelijkbare vereniging zoals Dorknoper of Simon van der Aa; een vereniging met leuke activiteiten, niet alleen formeel maar ook informeel. Ik denk dat dat wel gelukt is, want we hebben dit jaar veel samenwerkingsverzoeken gehad van andere verenigingen. Dat betekent volgens mij dat we Frederik goed op de kaart hebben gezet.

Ik heb het idee dat de vereniging nu wat groter is geworden en dat Frederik van der Marck er echt bij hoort. Dit merk ik ook aan de activiteiten. De borrellezing van professor Bröring over het schadeprotocol bij aardbevingen werd bijvoorbeeld heel druk bezocht. Dit laat zien dat Frederik van der Marck alleen een goede activiteit kan organiseren. Hetzelfde gold voor het vakgroepdiner in het begin van het jaar.

Wat hoop je dat het volgende bestuur gaat voortzetten of juist anders gaat doen?

Ik hoop vooral dat de vereniging toch nog wat groter wordt. Verder zou ik als tip aan het komende bestuur willen meegeven om samen leuke activiteiten gedurende het gehele jaar te blijven doen. In het begin van het studiejaar zie je elkaar veel als bestuur en is het allemaal gezellig. Gedurende het jaar kan het contact wat verwateren en voor je het weet zie je elkaar alleen nog maar bij de ‘saaie’ vergaderingen. Deze fout hebben wij wel eens gemaakt als bestuur. Zorg er met z’n allen voor dat het leuk blijft door gezellige activiteiten te ondernemen.

 

Dilemma’s

Strafrecht of staats- en bestuursrecht?

Ja, dan kies ik toch voor strafrecht… Oh wat erg, haha. Dat is meer omdat de casus bij strafrecht interessanter zijn. Bij bestuursrecht gaat het toch vaak over een vergunning en bij strafrecht heb je wat sappigere zaakjes. Bij staats- en bestuursrecht vind ik het handhavingsdeel erg leuk. Je hebt daar natuurlijk overlap met het strafrecht. Ik schrijf hier nu ook mijn scriptie over. Dit deel van het staats- en bestuursrecht blijf ik dus interessant vinden. Ik weet dat de gemeente soms vacatures heeft in de handhaving; daarom sluit ik een baan in deze richting niet uit.

Zwolle of Groningen?

Dat vind ik een lastige. Het ligt eraan in welke context je dit ziet. Voor het studeren kies ik absoluut voor Groningen. Ik zou niet in Zwolle willen studeren (dat kan trouwens ook niet). Ik zou niet in Groningen willen wonen na mijn studie. Daar vind ik het te studentikoos voor om heel eerlijk te zijn. Zwolle is dan toch wat volwassener. Ik zie mezelf niet in Groningen een baan vinden en nog drie jaar lang wonen. Ik zou dan ook veel te snel het studentenleven missen omdat je al die studenten op terrasjes ziet zitten, terwijl je zelf aan het werk bent. Groningen is super leuk voor je studententijd, maar that’s it. Het buurtje waar ik nu in Zwolle woon vind ik heel leuk. Er wonen allemaal wat jongere stelletjes of studenten en dat is echt heel gezellig. Mijn familie woont bovendien in Zwolle, dus dat speelt voor mij ook mee.

Een spelletjesavond of flink doorhalen op een festival?

Dan kies ik toch voor het festival. Vooral Danny, mijn vriend, is heel erg van het spelen van spelletjes. We hebben thuis een kast vol met spelletjes, wel een stuk of vijftig. Ik vind het ook leuk om spelletjes te spelen, maar ik kies toch sneller voor een festival en stappen met vriendinnen. Ik ben oud, maar nog niet zo oud!