De transparantieaspecten van het Systeem Risico Indicatie 

 

Op 5 februari jongstleden heeft de rechtbank Den Haag de inzet van het Systeem Risico Indicatie (hierna: SyRI) in strijd geacht met art. 8 (respect voor het privéleven) van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (hierna: EVRM).1 De zaak was aangespannen door onder andere een aantal maatschappelijke organisaties. De eisende partijen vonden dat de overheid met SyRI een ontoelaatbare inbreuk maakt op de mensenrechten. 

Het SyRI-systeem is ontwikkeld om effectiever fraude te bestrijden met uitkeringen, toeslagen, belastingen en arbeidswetten. Veel rond het systeem is geheim.2 

Nu de rechtbank heeft geoordeeld dat het gebruik van SyRI onrechtmatig is, is het een interessant moment om dieper op het systeem in te gaan. Ik ga specifiek op één aspect van de beoordeling van de rechtbank in, namelijk de transparantie van SyRI. De vraag is of SyRI voldoende transparantie biedt aan personen omtrent de verwerking van hun gegevens.

Ik begin met een uitleg over wat SyRI is. Daarna bekijk ik welke eisen de Algemene Verordening Gegevensbescherming (hierna: AVG) en art. 8 EVRM stellen op het gebied van transparantie. Deze regelingen beschermen de informationele privacy en worden beide door de rechtbank betrokken in de beoordeling. Vervolgens bespreek ik op welke manier de rechtbank SyRI toetst aan art. 8 EVRM.

 

Wat is Syri?

Op 14 maart 2013 heeft de regering de Tweede Kamer een wetsvoorstel aangeboden dat de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (hierna: Wet SUWI) beoogde te wijzigen (hierna: wetsvoorstel SyRI).3 De Wet SUWI bevat onder andere bepalingen over de taken van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: UWV) en de Sociale verzekeringsbank (hierna: SVB). Het wetsvoorstel SyRI wijzigde de Wet SUWI (en enige andere wetten) ‘in verband met fraudeaanpak door gegevensuitwisselingen en het effectief gebruik van binnen de overheid bekend zijnde gegevens’.4 

In de memorie van toelichting wijst de regering op de noodzaak van een adequate controle op de juistheid en volledigheid van de gegevens die nodig zijn om het uitkeringsrecht vast te stellen. De regering wil de mogelijkheid om gegevens die de overheid al beschikbaar heeft uit te wisselen optimaal benutten.5 Volgens haar ‘draagt [dit] bij aan het draagvlak in de sociale zekerheid en een adequate fraudebestrijding’.

De derde pagina van de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel SyRI geeft een omschrijving van het meer technische gedeelte van het systeem: ‘SyRI omvat de technische infrastructuur en de bijbehorende procedures waarmee in een beveiligde omgeving op een zorgvuldige manier anoniem data kunnen worden gekoppeld en vervolgens geanalyseerd, zodat risicomeldingen kunnen worden gegenereerd.’6  De risicoanalyse bestaat dus uit het bekijken van de data om mogelijk fraudulente gedragingen op te sporen. Dit moet worden onderscheiden van de risicomelding, die het gevolg kan zijn van de risicoanalyse. De risicomelding bespreek ik hierna.

 

Wettelijk kader in de wet suwi en het besluit suwi7 

De wettelijke neerslag van het systeem is te vinden in art. 65 van de Wet SUWI. Volgens lid 1 past de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (hierna: SZW) het systeem toe om risicoanalyses te maken. Deze analyses worden uitgevoerd op verzoek van een samenwerkingsverband van partijen als bedoeld in art. 64 lid 1 Wet SUWI. Dit kunnen bijvoorbeeld colleges van B&W, het UWV en de Belastingdienst zijn. 

Het tweede lid van art. 65 Wet SUWI geeft aan dat de gegevens alleen gebruikt kunnen worden voor het doen van een zogenaamde risicomelding. Het begrip risicomelding wordt in dit lid ook omschreven. Kort gezegd wordt hierbij een naam en de bijbehorende gegevens verstrekt van een persoon waarvan een verhoogd risico bestaat dat hij onrechtmatig gebruikt maakt van overheidsverstrekkingen.8 

In het Besluit SUWI zijn nadere voorwaarden voor de inzet van SyRI neergelegd.9 Ik wijs hier op art. 5a.4 Besluit SUWI, dat de minister verplicht de aanvang van een SyRI-project in de Staatscourant te publiceren. Ook is in het kader van transparantie art. 5a.5 Besluit SUWI relevant. Dit artikel gaat over een register risicomeldingen. Het eerste lid van dat artikel geeft onder andere als functie van het register dat ‘subjecten van risicomeldingen’ geïnformeerd kunnen worden over hun gegevens die in het register zijn opgenomen. Hierbij is vermeld dat dit op aanvraag gebeurt. Lid 4 bepaalt nog eens expliciet dat subjecten na afloop van het onderzoek niet afzonderlijk worden geïnformeerd over risicomeldingen.

Wat betreft SyRI overweegt de regering dat de personen die zich tot de overheid wenden voor bijvoorbeeld een uitkering, geïnformeerd worden ‘over het instrument SyRI en de mogelijkheid om ooit onderwerp te worden van bestandskoppeling’.10 De regering wijst ook op het feit dat door het ministerie van SZW ‘algemene informatie’ zal worden gegeven over de werking van SyRI.11 Ik meen dat dit ten dele invulling kan geven aan de huidige informatieverplichtingen uit de AVG. 

 

Algemene Verordening Gegevensbscherming 

De preambule van de AVG begint met de overweging dat de bescherming van natuurlijke personen bij de werking van persoonsgegevens een grondrecht is. In deze overweging worden art. 8 lid 2 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna: het Handvest) en art. 16 lid 1 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie  genoemd, die eenieder recht geven op bescherming van persoonsgegevens. 

De rechtbank maakt in haar toetsing in de SyRI-zaak een soort omgekeerde beweging en gebruikt de AVG, die dus in eerste instantie is gebaseerd op primair Unierecht, voor de uitleg van het EVRM. Ik vind dit een logische keuze; het Handvest en EVRM kunnen immers moeilijk los van elkaar worden gezien.12 De AVG speelt in de SyRI-zaak dus niet direct een rol in de procedure in de zin dat een partij bijvoorbeeld op grond van art. 58 AVG de Autoriteit Persoonsgegevens heeft gevraagd handhavend op te treden.13

Het transparantiebeginsel is vastgelegd in art. 5 lid 1 AVG dat bepaalt dat persoonsgegevens moeten ‘worden verwerkt op een wijze die ten aanzien van de betrokkene rechtmatig, behoorlijk en transparant is’.14 De beginselen uit art. 5 lid 1 AVG zijn belangrijk en worden bijvoorbeeld ook als eerste genoemd in de checklist voor de verwerkingsverantwoordelijke in de Handleiding AVG van het Ministerie van Justitie en Veiligheid.15 Dit algemene transparantiebeginsel is in de AVG uitgewerkt in meer specifieke bepalingen, zoals art. 13, 14 en 15 AVG, die een betrokkene recht geven op onder andere informatie over de verwerkingsdoeleinden.

SyRI houdt geen ‘uitsluitend’ geautomatiseerde besluitvorming in, zodat het verbod van art. 22 lid 1 AVG niet van toepassing is. Jak en Bastiaans stellen dat geautomatiseerde besluitvorming ‘zoveel mogelijk onafhankelijk controleerbaar en transparant moet zijn’.16 Zij wijzen echter wel op art. 23 lid 1 onder h AVG, dat beperking van transparantie mogelijk maakt als dat bijvoorbeeld ‘noodzakelijk en evenredig is ter waarborging van een taak op het gebied van toezicht, inspectie of regelgeving’.17 Dit is ook een argument dat de regering in de memorie van toelichting op SyRI aangrijpt.18 Directe toetsing aan het transparantiebeginsel komt nog niet vaak voor in de jurisprudentie in Nederland. Een voorbeeld is de beschikking van de rechtbank Amsterdam van 21 maart 2019.19  

 

Artikel 8 EVRM

Art. 8 EVRM biedt bescherming voor het privéleven, het familie- en gezinsleven, de woning en correspondentie. Ook de bescherming van informationele privacy valt binnen de werkingssfeer van dit artikel.20 

Transparantie

Transparantie zou men onder art. 8 EVRM mijns inziens op ten minste twee manieren kunnen opvatten. De eerste manier is transparantie in de betekenis dat een inmenging bij wet voorzien is, in die zin dat de wet aan de eisen van toegankelijkheid en voorzienbaarheid voldoet.21 De tweede manier is invulling van het begrip transparantie door het transparantiebeginsel uit de AVG.

In de uitspraak van de rechtbank Den Haag over SyRI, wordt niet getoetst aan dit eerste ‘transparantie’-criterium, maar aan het tweede. De rechtbank laat in het midden of de SyRI-wetgeving voldoende toegankelijk en voorzienbaar is, maar toetst aan het criterium van ‘noodzakelijkheid in een democratische samenleving’.22 Dit rechtvaardigt zij met een beroep op het arrest S. en Marper/Verenigd Koninkrijk van het EHRM.23

Het EHRM wijdt in dit arrest enkele overwegingen aan de kwaliteit van de rechtsbasis voor de inmenging. De mate van precisie van het nationaal recht hangt volgens het Hof in belangrijke mate af van de inhoud van het instrument, het gebied dat het moet bestrijken en het aantal en de status van degenen voor wie het bedoeld is.24 Dit zijn ook overwegingen die de rechtbank had kunnen gebruiken om de rechtsbasis van SyRI te toetsen in mijn ogen, maar de rechtbank beroept zich op een andere overweging in het arrest van het EHRM. Daarin overweegt het EHRM dat in die zaak de vraag of de regels die de inmenging mogelijk maken voldoende duidelijk en gedetailleerd zijn, nauw verbonden is met de bredere kwestie of de inmenging noodzakelijk was in een democratische samenleving.25 

Hoewel ik deze manier van toetsen zuiver acht, zou de rechtbank het zichzelf makkelijker hebben kunnen maken door direct aan het ‘bij wet voorzien’-criterium te toetsen. Omdat zij veel kritiek heeft op de mate van transparantie van de SyRI-wetgeving, zou zij de conclusie dat de wetgeving in strijd met art. 8 EVRM is misschien eerder kunnen trekken. De eisen van toegankelijkheid en voorzienbaarheid kunnen immers alleen onder stringente voorwaarden worden verzacht in het geval van heimelijk toezicht.26 

Ik heb in de EHRM-jurisprudentie tot nog toe geen zaak kunnen vinden waar het EHRM het transparantiebeginsel uit de AVG rechtstreeks betrekt op art. 8 EVRM. Wel zijn er enkele arresten waarin opmerkingen worden gemaakt over transparantie met betrekking tot het in het geheim verzamelen van inlichtingen.27

 

Amicusadvies VN-rapporteur

De VN-rapporteur inzake extreme armoede en mensenrechten heeft in zijn amicusadvies, waarin hij de rechtbank die over SyRI moest oordelen zijn kijk op de zaak geeft, kritiek op de transparantie van SyRI. Hij bekijkt de zaak vanuit het perspectief van art. 9 van het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten.28 Dit artikel, dat een recht geeft op sociale zekerheid, houdt volgens hem in dat de voorwaarden voor een uitkering onder andere transparant moeten zijn. Hij vindt dat de SyRI-wetgeving voor de gemiddelde uitkeringsontvanger een zodanig gebrek aan duidelijkheid lijkt te hebben, dat het onmogelijk is om van te voren een redelijke verwachting te vormen over hoe het gebruik van SyRI zijn rechten beïnvloedt. Hij wijst onder andere op de brede omschrijvingen in de wetgeving en het geheime karakter van de risico-indicatoren en modellen.29 Volgens hem moet de regering met een beter argument komen dan dat potentiële fraudeurs het systeem voor de gek kunnen houden.30

 

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank meent dat de wetgeving een legitiem doel dient, maar niet voldoet aan de eisen van art. 8 lid 2 EVRM.31 De rechtbank kiest er, als gevolg van het partijdebat,32 voor om SyRI primair onder art. 8 EVRM te beoordelen, maar geeft ook aan dat het ‘de fundamentele beginselen die ten grondslag liggen aan de bescherming van gegevens op grond van het Unierecht (het Handvest en de AVG)’ in aanmerking neemt.33 De rechtbank geeft ook aan dat zij niet ziet waarom de bescherming van persoonsgegevens onder het EVRM minder ver gaat dan onder het Handvest en de AVG.34 

 

Transparantie

De rechtbank wijdt een rechtsoverweging aan de uitleg van het transparantiebeginsel. Volgens haar vergt dit beginsel ‘toegankelijke en begrijpelijke informatie, communicatie en eenvoudig taalgebruik, en informatieverstrekking aan betrokkenen over de identiteit van de verwerkingsverantwoordelijke en de doeleinden van de verwerking’.35 Verder brengt het beginsel mee dat ‘actief verdere informatie [wordt] verschaft om te zorgen voor een behoorlijke en transparante verwerking van gegevens en moeten natuurlijke personen bewust worden gemaakt van de risico’s, regels, waarborgen en rechten in verband met de verwerking van persoonsgegevens en de wijze waarop zij hun rechten met betrekking tot de verwerking kunnen uitoefenen’.36

Al bij het vaststellen van het karakter van SyRI komt een transparantieaspect aan de orde. Omdat de staat het risicomodel en de risico-indicatoren niet openbaar heeft gemaakt, kan de rechtbank de juistheid van het standpunt van de staat over wat SyRI precies is niet toetsen.37 De staat voert hier weer het argument aan dat ook in de memorie van toelichting is gebruikt, namelijk dat burgers hun gedrag zouden kunnen afstemmen op het risicomodel. Ik meen dat de rechtbank, wellicht geïnspireerd door de VN-rapporteur, te gemakkelijk aan dit argument voorbijgaat.

Bij de bespreking van het effect van een risicomelding op het privéleven, neemt de rechtbank ook een transparantieaspect in aanmerking. De rechtbank overweegt dat het recht op bescherming van persoonsgegevens het recht omvat ‘om zijn persoonsgegevens in redelijke mate te kunnen volgen en over de verwerking van zijn gegevens te worden geïnformeerd’.38 De rechtbank wijst hier op het feit dat een risicomelding twee jaar kan worden opgenomen in het register, zonder dat de betrokkene dit weet.

 

Geheim karakter risicomodel- en indicatoren

De rechtbank gebruikt het gegeven dat het risicomodel en de risico-indicatoren geheim zijn en de onbekendheid van de betrokkene met het feit dat een risicomelding is gegeven, als omstandigheden bij de ‘fair balance’-toetsing onder art. 8 lid 2 EVRM.39 De rechtbank acht, ‘in aanmerking genomen’ de beginselen uit art. 5 AVG, ‘de SyRI-wetgeving onvoldoende inzichtelijk en controleerbaar voor de conclusie dat de inmenging die de inzet van SyRI in het recht op respect voor het privéleven mee kan brengen noodzakelijk, evenredig en proportioneel is in verhouding tot de doelen die de wetgeving dient’.40 Vervolgens motiveert de rechtbank uitgebreid in negen rechtsoverwegingen waarom de SyRI-wetgeving onvoldoende transparant is.41

De rechtbank stelt onder andere vast dat de SyRI-wetgeving geen informatie geeft over ‘welke objectieve feitelijke gegevens gerechtvaardigd tot de conclusie kunnen leiden dat sprake is van een verhoogd risico’.42 Bovendien voorziet de wetgeving niet in informatie over de werking van het risicomodel.43 De rechtbank haalt deze omstandigheid ook aan bij de bespreking van SyRI in het licht van andere beginselen uit art. 5 AVG en hangt hier kennelijk veel gewicht aan.44 De rechtbank vindt ‘het belang van transparantie, met het oog op controleerbaarheid, (…) mede zwaarwegend omdat aan het gebruik van het risicomodel en de analyse die [in] dat verband wordt verricht het risico [is] verbonden (…) dat (onbedoeld) discriminerende effecten optreden’.45

 

Conclusie

Met SyRI heeft de wetgever een mogelijkheid willen creëren om overtredingen op het gebied van de sociale zekerheid beter op te kunnen sporen. Het systeem bevat wel enkele waarborgen voor een transparante verwerking van persoonsgegevens, zoals het register risicomeldingen en de aankondiging van een SyRI-project in de Staatscourant. Toch is de rechtbank, in navolging van de VN-rapporteur, van mening dat het systeem onder andere op het gebied van transparantie te wensen overlaat.

De manier waarop de rechtbank invulling geeft aan de toetsing aan art. 8 EVRM is mijns inziens een noviteit. Door het recht op bescherming van persoonsgegevens onder art. 8 EVRM in te vullen door de beginselen uit de AVG, wordt bijgedragen aan het stroomlijnen van het Europees recht in brede zin. Ik denk dat de rechtbank met deze wijze van toetsen aan art. 8 EVRM een goede stap heeft gezet. Het EHRM is zelf immers nog niet heel duidelijk ingegaan op het belang van het transparantiebeginsel van de AVG in het licht van art. 8 EVRM.

 

Door: Marc Fleurke

 

1. Rb. Den Haag 5 februari 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:865.

2. K. van Teeffelen, ‘Frauderisicosysteem SyRI schendt privacy niet, zegt de staat’, Trouw 29 oktober 2019, trouw.nl/binnenland.

3. Kamerstukken II 2012/13, 33579, nr. 1.

4. Kamerstukken II 2012/13, 33579, nr. 1.

5. Kamerstukken II 2012/13, 33579, nr. 3, p. 1.

6. Kamerstukken II 2012/13, 33579, nr. 3, p. 3.

7. Zie voor een uitgebreidere uiteenzetting van het wettelijk kader Rb. Den Haag 5 februari 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:865, r.o. 4.1-4.33.

8. Zie voor een andere omschrijving Kamerstukken II 2012/13, 33579, nr. 3, p. 3. Deze omschrijving wordt ook gebruikt door de rechtbank, zie Rb. Den Haag 5 februari 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:865, r.o. 3.2.

9. Besluit van 20 december 2001 tot vaststelling van een algemene maatregel van bestuur ter uitvoering van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, en in verband daarmee van enige andere socialezekerheidswetten (Stb. 2001, 688). Hoofdstuk 5a dat betrekking heeft op SyRI is ingevoegd bij besluit van 1 september 2014 (Stb. 2014, 320).

10. Kamerstukken II 2012/13, 33579, nr. 3, p. 23.

11. Kamerstukken II 2012/13, 33579, nr. 3, p. 23.

12. Zie bijvoorbeeld art. 52 lid 3 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.

13. Zie bijvoorbeeld Rb. Gelderland 4 februari 2020, ECLI:NL:RBGEL:2020:622.

14. Zie ook overweging 39 van de preambule van de AVG.

15. B.W. Schermer, D. Hagenauw en N. Falot, Handleiding Algemene verordening gegevensbescherming en Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming, (Publicatie van het Ministerie van Justitie en Veiligheid), januari 2018., p. 15.

16. N. Jak & S. Bastiaans, ‘De betekenis van de AVG voor geautomatiseerde besluitvorming door de overheid’, NJB 2018, afl. 40, p. 3021.

17. N. Jak & S. Bastiaans, ‘De betekenis van de AVG voor geautomatiseerde besluitvorming door de overheid’, NJB 2018, afl. 40, p. 3024.

18. Toen nog art. 43 onder d Wet bescherming persoonsgegevens, zie Kamerstukken II 2012/13, 33579, nr. 3, p. 23-24.

19. Rb. Amsterdam 21 maart 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:2166.

20. J. Gerards e.a., Grondrechten. De nationale, Europese en internationale dimensie, Nijmegen: Ars Aequi Libri 2013, p. 164.

21. Zoals reeds door het EHRM geformuleerd in EHRM 26 april 1979, ECLI:CE:ECHR:1979:0426JUD000653874 (Sunday Times/Verenigd Koninkrijk), r.o. 49.

22. Rb. Den Haag 5 februari 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:865, r.o. 6.72.

23. EHRM 4 december 2008, ECLI:CE:ECHR:2008:1204JUD003056204 (S. en Marper/Verenigd Koninkrijk).

24. EHRM 4 december 2008, ECLI:CE:ECHR:2008:1204JUD003056204 (S. en Marper/Verenigd Koninkrijk), r.o. 96.

25. EHRM 4 december 2008, ECLI:CE:ECHR:2008:1204JUD003056204 (S. en Marper/Verenigd Koninkrijk), r.o. 99.

26. J. Gerards e.a., Grondrechten. De nationale, Europese en internationale dimensie, Nijmegen: Ars Aequi Libri 2013, p. 165.

27. Zie bijvoorbeeld EHRM 19 juni 2018, ECLI:CE:ECHR:2018:0619JUD003525208 (Centrum för rättvisa/Zweden) en EHRM 13 september 2018, ECLI:CE:ECHR:2018:0913JUD005817013 (Big Brother Watch e.a./Verenigd Koninkrijk) voor zaken over het verzamelen van inlichtingen door de overheid. Zie ook EHRM 17 oktober 2019, ECLI:CE:ECHR:2019:1017JUD000187413 (López Ribalda e.a./Spanje) en EHRM 5 september 2017, ECLI:CE:ECHR:2017:0905JUD006149608 (Bǎrbulescu/Roemenië). Deze twee zaken speelden tussen een werkgever en werknemer. In eerstgenoemde zaak ging het om het maken van videobeelden en bij de tweede zaak om het bekijken van berichtenverkeer.

28. Brief by the United Nations Special Rapporteur on extreme poverty and human rights as Amicus Curiae in the case of NJCM c.s./De Staat der Nederlanden (SyRI) before the District Court of The Hague, ohchr.org, p. 7 e.v.

29. Brief by the United Nations Special Rapporteur on extreme poverty and human rights as Amicus Curiae in the case of NJCM c.s./De Staat der Nederlanden (SyRI) before the District Court of The Hague, ohchr.org, p. 8.

30. Brief by the United Nations Special Rapporteur on extreme poverty and human rights as Amicus Curiae in the case of NJCM c.s./De Staat der Nederlanden (SyRI) before the District Court of The Hague, ohchr.org, p. 9.

31. Rb. Den Haag 5 februari 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:865, r.o. 6.4, 6.7 en 6.41.

32. Rb. Den Haag 5 februari 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:865, r.o. 6.38-6.40

33. Rb. Den Haag 5 februari 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:865, r.o. 6.7 en 6.41.

34. Rb. Den Haag 5 februari 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:865, r.o. 6.41.

35. Rb. Den Haag 5 februari 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:865, r.o. 6.31.

36. Rb. Den Haag 5 februari 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:865, r.o. 6.31.

37. Rb. Den Haag 5 februari 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:865, r.o. 6.49.

38. Rb. Den Haag 5 februari 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:865, r.o. 6.60 en 6.90.

39. Rb. Den Haag 5 februari 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:865, r.o. 6.80-6.82.

40. Rb. Den Haag 5 februari 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:865, r.o. 6.86.

41. Overigens acht de rechtbank ook niet voldaan aan het doelbindingsbeginsel en het beginsel van dataminimalisatie, in het licht van art. 8 lid 2 EVRM. Zie Rb. Den Haag 5 februari 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:865, r.o. 6.96.

42. Rb. Den Haag 5 februari 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:865, r.o. 6.87.

43. Rb. Den Haag 5 februari 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:865, r.o. 6.89.

44.  Rb. Den Haag 5 februari 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:865, r.o. 6.100 en 6.102.

45. Rb. Den Haag 5 februari 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:865, r.o. 6.91.

Agenda

Kantoorbezoek Houthoff

Op 6 december 2019 zullen wij afreizen naar Amsterdam om een bezoek te brengen aan Houthoff. Er zijn een beperkt aantal plekken vrij, dus geef je snel op met je CV via activiteitencommissiefrederik@gmail.com

Gast van de Raad

Op 13 november zullen wij een bezoekje brengen aan de gemeenteraad! We zullen een vergadering bijwonen met een afsluitend diner. Het belooft een spannende vergadering te worden, omdat het zal gaan over de jaarlijkse begroting! Meld je snel aan door een...

Brexit actualiteitenbijeenkomst

Het nieuws over Brexit is bijna niet meer bij te houden, en telkens is weer de vraag: kan dat zo maar en hoe zit dat eigenlijk staatsrechtelijk? Volgens het Supreme Court is de opschorting (prorogation) van het parlement onrechtmatig. Wat staat er nu...

RECENTE POSTS

De noodzaak van een designated survivor op prinsjesdag

De noodzaak van een designated survivor op prinsjesdag

Wie kent de bekende Netflix-serie ‘Designated Survivor’ niet? De essentie van deze serie is
dat Tom Kirkman, ‘gewoon’ een kabinetslid, van het ene op het andere moment president van de Verenigde Staten wordt. In ons land besloot de regering, geïnspireerd door de Netflix-serie ‘Designated Survivor’ en het feit dat de Verenigde Staten daadwerkelijk zo’n persoon heeft, een minister vooraf als zodanig aan te wijzen. In deze blog wordt meer verteld over het concept van de designated survivor en meer specifiek over de noodzaak van het besluit van onze regering om dit concept over te nemen in Nederland.

De stikstofproblematiek op hoofdlijnen

De stikstofproblematiek op hoofdlijnen

Op 29 mei jongstleden heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) uitspraak gedaan in een zaak over het Programma Aanpak Stikstof 2015-2021 (PAS). De PAS-uitspraak en de gevolgen hiervan hebben veel media-aandacht gekregen. Ook momenteel (eind oktober 2019), zijn er nog veel ontwikkelingen. De stikstofproblematiek is een complex probleem en deze bijdrage zal zich vooral tot de (juridische) hoofdlijnen beperken.

Voorstellen bestuur!

Voorstellen bestuur!

Het collegejaar is weer begonnen, en dat betekent voor onder andere Frederik van der Marck een nieuw bestuur! Terwijl jullie alweer druk aan het zwoegen zijn in de collegezalen, is het nieuwe bestuur bezig om de gemaakte plannen voor Frederik in werking te laten treden. Maar, wie is nu dat nieuwe bestuur dat deze plannen heeft bedacht? Om dit te beantwoorden zijn aan het nieuwe bestuur een paar vragen gesteld. Zo kunnen jullie een beter beeld krijgen wie achter de schermen van onze vereniging te vinden zijn.

This error message is only visible to WordPress admins

Error: API requests are being delayed for this account. New posts will not be retrieved.

There may be an issue with the Instagram access token that you are using. Your server might also be unable to connect to Instagram at this time.

Error: No posts found.

Make sure this account has posts available on instagram.com.

Click here to troubleshoot