De stikstofproblematiek op hoofdlijnen

Trekkers in GroningenOp 29 mei jongstleden heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) uitspraak gedaan in een zaak over het Programma Aanpak Stikstof 2015-2021 (PAS) (hierna: de PAS-uitspraak).[1] De PAS-uitspraak en de gevolgen hiervan hebben veel media-aandacht gekregen. Ook momenteel (eind oktober 2019), zijn er nog veel ontwikkelingen. De stikstofproblematiek is een complex probleem en in deze bijdrage zal ik me vooral tot de (juridische) hoofdlijnen beperken. Hierna volgt eerst een korte probleemschets. Daarna zal ik de PAS-uitspraak zelf en het juridisch kader achter de uitspraak bespreken. Vervolgens besteed ik nog kort aandacht aan het eerste advies van het Adviescollege Stikstofproblematiek en de kabinetsreactie daarop.

Als over stikstof wordt gesproken in deze context, wordt niet gedoeld op het normale stikstof (of eigenlijk distikstof[2]) waaruit zo’n 78% van de lucht bestaat, maar op reactief stikstof. Dit zijn verbindingen die stikstof met andere elementen is aangegaan. We hebben het dan vooral over stikstofoxiden en ammoniak.[3] Stikstofoxiden komen met name van verkeer en industrie en ammoniak uit de landbouw.[4] Laatstgenoemde is ook de belangrijkste binnenlandse bron.[5] Het neerdalen van stikstof wordt vaak aangeduid met de term stikstofdepositie.

Het probleem met dit reactief stikstof is dat het onder andere schadelijk is voor verschillende soorten dieren en planten.[6] Het gaat in dit kader om Natura 2000-gebieden, die beschermd zijn op grond van Europese richtlijnen.[7]

Habitatrichtlijn

De Europese richtlijn die hier het meest van belang is, is de zogenoemde Habitatrichtlijn.[8] Het gaat dan vooral over art. 6, in het bijzonder lid 3: ‘Voor elk plan of project dat (…) significante gevolgen kan hebben voor [een Natura 2000-]gebied, wordt een passende beoordeling gemaakt van de gevolgen voor het gebied, rekening houdend met de instandhoudingsdoelstellingen van dat gebied. Gelet op de conclusies van de beoordeling van de gevolgen voor het gebied (…), geven de bevoegde nationale instanties slechts toestemming voor dat plan of project nadat zij de zekerheid hebben verkregen dat het de natuurlijke kenmerken van het betrokken gebied niet zal aantasten (…)’ (cursivering auteur).[9]

Twee belangrijke begrippen zijn de passende beoordeling en de instandhoudingsdoelstellingen. Die begrippen worden in de Habitatrichtlijn niet gedefinieerd. De Natuurbeschermingswet 1998 (hierna: Nbw 1998) omschrijft het begrip passende beoordeling ook niet en verwijst voor het begrip instandhoudingsdoelstellingen min of meer terug naar de Vogel- en Habitatrichtlijn.[10] Deze doelstellingen worden in ieder geval opgenomen in het besluit waarbij het Natura 2000-gebied wordt aangewezen.[11] Voordat een project mag worden uitgevoerd dat significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, moet dus eerst een passende beoordeling worden gemaakt. De toestemming voor het project mag alleen gegeven worden als het gebied niet wordt aangetast (behoudens de uitzondering van lid 4).[12] Onder het PAS ligt zo’n passende beoordeling. De deposities die op grond van het PAS worden toegestaan zouden dus niet moeten leiden tot verslechtering van de Natura 2000-gebieden.[13]

Het PAS

‘Het programma aanpak stikstof 1 juli 2015-1 juli 2021 verbindt economische ontwikkeling met het op termijn realiseren van de instandhoudingsdoelstellingen van de voor stikstof gevoelige habitattypen en (leefgebieden van) soorten voor de Natura 2000-gebieden die zijn opgenomen in dit programma.’ Dit is de eerste zin van het gewraakte PAS.[14] Hieruit blijkt ook de dubbeldoelstelling, zoals de ABRvS het noemt, van het programma: zowel behoud en herstel van natuurwaarden als ‘het scheppen van depositieruimte voor nieuwe activiteiten’.[15] Waarop is het PAS gebaseerd? De programmatische aanpak stikstof was geregeld in hoofdstuk III, titel 2, paragraaf 2a van de Nbw 1998.[16] Artikel 19kg lid 1 Nbw 1998, dat in 2010 bij amendement op de Crisis- en herstelwet (Chw) is ingevoerd,[17] bepaalde dat de Minister van Economische Zaken en de Minister van Infrastructuur en Milieu een dergelijk programma vaststellen. Volgens hetzelfde lid strekt dit programma tot vermindering van de stikstofdepositie in de Natura 2000-gebieden die zijn opgenomen in het programma en ‘ter verwezenlijking van de instandhoudingsdoelstellingen voor de voor stikstof gevoelige habitats[18] in die gebieden binnen afzienbare termijn’.[19]

Passende beoordeling

Voor elk Natura 2000-gebied moet een zogenaamde gebiedsanalyse worden gemaakt.[20] In de gebiedsanalyse wordt, kort gezegd, beoordeeld of de kwaliteit van het gebied achteruitgaat, indien de maatregelen uit het PAS worden genomen. Het PAS zegt dan ook dat ‘de gebiedsanalyses (…) de passende beoordeling [vormen] op gebiedsniveau’.[21] Naast deze passende beoordeling per gebied is het programma ook nog op generiek niveau passend beoordeeld.[22] Die beoordeling is onderdeel van de zogenaamde Plan MER (milieueffectrapport).[23] De conclusie in het PAS is dat ‘op basis van de passende beoordeling (gebiedsanalyses en generiek deel) kan worden uitgesloten dat de natuurlijke kenmerken van enig Natura 2000-gebied verslechteren of worden aangetast, gelet op de instandhoudingsdoelen van het gebied.’[24] Het idee is dus dat bij het verlenen van toestemming voor activiteiten, voor de passende beoordeling die wordt vereist door art. 6 lid 3 Habitatrichtlijn, verwezen kan worden naar het PAS.[25]

De PAS-uitspraak

De PAS-uitspraak is een lijvige uitspraak.[26] De ABRvS heeft de uitspraak wel voorzien van een inhoudsopgave en inleiding, waarin ook een samenvatting van de uitspraak is te vinden.[27]

De zaak gaat tussen de Stichting Werkgroep Behoud de Peel en het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant (hierna: GS). GS had op 14 december 2015 op grond van art. 19d Nbw 1998 vergunningen verleend aan agrarische bedrijven.[28] Deze vergunningen waren verleend op basis van de passende beoordeling bij het PAS.[29] Deze bedrijven zorgen voor stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. De Werkgroep kwam tegen deze vergunningen op, omdat zij denkt dat de stikstofdepositie van deze bedrijven de natuurwaarden in de betrokken Natura 2000-gebieden zal aantasten. De ABRvS heeft in een verwijzingsuitspraak prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: HvJEU).[30] Het HvJEU heeft deze vragen beantwoord in het arrest van 7 november 2018.[31]

In de PAS-uitspraak beoordeelt de ABRvS of de passende beoordeling die aan het PAS ten grondslag ligt, voldoet aan de eisen van art. 6 lid 3 Habitatrichtlijn. Het HvJEU heeft in het arrest naar aanleiding van de prejudiciële vragen in ieder geval geoordeeld dat het niet principieel tegen een programmatische aanpak is in dit kader.[32] Het HvJEU legt een streng toetsingskader aan, strenger dan de afdeling in haar verwijzingsuitspraak vanuit ging: de passende beoordeling in het kader van het PAS moet garanderen dat er wetenschappelijk gezien redelijkerwijs geen twijfel bestaat dat de toegestane activiteiten de Natura 2000-gebieden aantasten.[33]

Zowel art. 6 Habitatrichtlijn als het PAS noemen verschillende typen maatregelen om de negatieve gevolgen van stikstofdepositie tegen te gaan.[34] In het PAS zelf wordt onderscheid gemaakt tussen bronmaatregelen en herstelmaatregelen. Bronmaatregelen zijn de maatregelen, de naam zegt het eigenlijk al, die de stikstofuitstoot bij de bron aanpakken, bijvoorbeeld regels voor stallen.[35] De herstelmaatregelen zien meer op directe ingrepen in natuurgebieden zelf, bijvoorbeeld het verwijderen van bomen.[36]

De ABRvS zet voor de duidelijkheid deze maatregelen op een rij.[37] De vraag is namelijk of en hoe de maatregelen die al op basis van art. 6 lid 1 Habitatrichtlijn (instandhoudingsmaatregelen) en art. 6 lid 2 Habitatrichtlijn (passende maatregelen) moeten worden genomen om de natuur te beschermen, bij de passende beoordeling kunnen worden betrokken. Deze maatregelen op grond van art. 6 lid 1 en 2 Habitatrichtlijn kunnen volgens de ABRvS niet betrokken worden ‘bij de vraag of negatieve gevolgen van een plan of project kunnen worden voorkomen of verminderd’.[38] Wel kunnen ze een rol spelen bij het beoordelen van de staat van instandhouding van de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied.[39] Volgens Backes is hiermee het oordeel over het PAS al geveld.[40] De maatregelen die onder art. 6 lid 3 Habitatrichtlijn vallen, de zogenaamde beschermingsmaatregelen, beogen schadelijke gevolgen van een project te voorkomen of verminderen, opdat het natuurgebied niet wordt aangetast.[41] Deze mogen alleen worden meegenomen in de passende beoordeling ‘mits de verwachte voordelen daarvan ten tijde van de passende beoordeling vaststaan’.[42]

De ABRvS constateert dat ook de instandhoudingsmaatregelen en passende maatregelen, die nodig zijn op grond van art. 6 lid 1 en 2 Habitatrichtlijn, bij de passende beoordeling zijn betrokken, om te bezien of negatieve gevolgen van stikstofdepositie van een plan of project hiermee konden worden voorkomen. Dat is dus in zijn algemeenheid in strijd met art. 6 Habitatrichtlijn.[43] Alleen als de staat van instandhouding van de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied is gewaarborgd, kunnen bron- en herstelmaatregelen, die specifiek in het PAS zijn opgenomen, als beschermingsmaatregel worden aangemerkt.[44] Omdat de betrokken gebieden in de Peel er niet zo goed bijliggen, moeten de bron- en herstelmaatregelen uit het PAS hier geduid worden als instandhoudingsmaatregelen en passende maatregelen.[45]

De ABRvS, de strenge uitleg die het HvJEU aan het zorgvuldigheidsbeginsel geeft volgend, oordeelt dat de verwachte voordelen van de herstelmaatregelen ten tijde van de passende beoordeling niet vaststonden en dus daarbij niet konden worden betrokken.[46] Hetzelfde geldt voor de bronmaatregelen.[47] De ABRvS concludeert ook dat zij voor het PAS eerder een rol ziet weggelegd bij het nakomen van de verplichtingen uit art. 6 lid 1 en 2 Habitatrichtlijn.[48]

Nu de ABRvS een streep door de passende beoordeling heeft gezet, betekent het ook dat het opnemen van Natura 2000-gebieden in het PAS in strijd met de wet is.[49] Dit werkt ook door naar de toestemming die voor activiteiten onder verwijzing naar de passende beoordeling is verleend: deze toestemming mocht zo niet verleend worden.[50] In rechte onaantastbare vergunningen blijven wel in stand.[51] De ABRvS wijst er ter informatie nog op dat de uitspraak ook gevolgen kan hebben voor bestemmingsplannen.[52]

Adviescollege stikstofproblematiek

Naar aanleiding van de PAS-uitspraak is het Adviescollege stikstofproblematiek (hierna: Adviescollege) ingesteld.[53] Het eerste advies van het Adviescollege is op 25 september 2019 uitgebracht.[54] In de aanbiedingsbrief stelt het Adviescollege dat de urgentie van de ontstane problemen vraagt om het met prioriteit uitvoeren van hun aanbevelingen.[55]

In het rapport wijst het Adviescollege eerst op het feit dat als gevolg van de uitspraak van de ABRvS in de praktijk de vergunningsprocedures zijn komen stil te liggen.[56] De uitspraak betekent volgens het Adviescollege echter niet dat er geen enkele vergunning meer verleend mag worden.[57]

De hoofdpunten van het advies zijn: tref maatregelen gericht op emissiereductie, versnel het uitvoeren van herstel- en verbetermaatregelen in de kwetsbare Natura 2000-gebieden en hanteer een gebiedsgerichte aanpak, gekoppeld aan de overschrijding van de huidige kritische depositiewaarde.[58]

Voor vier sectoren doet het Adviescollege expliciet aanbevelingen. [59] Voor de veehouderij wordt een gerichte verwerving of sanering van boerderijen met een hoge uitstoot bij Natura 2000-gebieden geadviseerd. Ook moet meer geëxperimenteerd mogen worden met emissie-reducerende technieken. Wat betreft mobiliteit wordt een, mogelijk gedifferentieerde, verlaging van de maximum snelheid op rijks- en provinciale wegen aanbevolen. De provincies moeten de uitstootproblemen van de industrie onderzoeken en voor de bouw wordt voorgesteld duurzamer en innovatief te werken. Ook moet gestimuleerd worden dat bedrijven bij Natura 2000-gebieden uitstootarm werkzaamheden uitvoeren.

Kamerbrief

Op 4 oktober 2019 heeft minister Schouten van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, mede namens andere ministers, een brief naar de Tweede Kamer gestuurd aangaande de aanpak van de stikstofproblematiek.[60] Het kabinet wil ‘landelijke maatregelen nemen die gebiedsgericht worden uitgewerkt’.[61]

In de brief wordt naar mijn mening nog niet een definitieve oplossing aangereikt. Er worden veel aspecten benoemd en verschillende opgaven moeten slim gecombineerd worden aangepakt,[62] maar het bevat nog weinig concrete maatregelen. Gebiedsgericht lijkt in dit kader wel een beetje het toverwoord. Het woord komt ook zeventien keer voor in de brief van 12 pagina’s. De minister-president benadrukte in zijn gesprek met Ron Fresen na afloop van de ministerraad van 4 oktober ook de gebiedsgerichte aanpak.[63]

Conclusie

De ABRvS heeft met de PAS-uitspraak een hoop opschudding veroorzaakt. Hoe het zich allemaal ontwikkelt moet worden bezien. Het huidige PAS kan in ieder geval niet meer gebruikt worden bij de vergunningverlening. Waarschijnlijk is dus dat ‘niet alles meer kan’, wil men de verplichtingen uit de Habitatrichtlijn nakomen.

Door: Marc Fleurke

 

[1] ABRvS 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1603.
[2] ‘Distikstof’, nl.wikipedia.org.
[3] ‘Samenstelling van de stikstofdepositie’, rivm.nl.
[4] ‘Samenstelling van de stikstofdepositie’, rivm.nl.
[5] ‘Stikstof’, rivm.nl.
[6] ‘Programma Aanpak Stikstof: achtergrond en inhoud’, rijksoverheid.nl.
[7] Bijvoorbeeld art. 3 lid 1 van Richtlijn 92/43/EEG. Zie voor meer informatie over Natura 2000-gebieden: https://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/.
[8] Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna
[9] Zie voor de implementatie art. 19d en 19f Nbw 1998 (art. 2.7 en 2.8 Wnb). Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden en de Natuurbeschermingswet 1998 (Nbw 1998) ingetrokken. Dit betrof geen principiële wijzing (zie p. 6 van Niet alles kan (advies van het Adviescollege Stikstofproblematiek), bijlage bij Kamerstukken II 2019/20, 32670, 166). In deze bijdrage zal ik de artikelen uit de Nbw 1998 noemen, zoals gebruikt in de uitspraak en de overeenkomstige bepaling in de Wnb in de voetnoot vermelden.
[10] Artikel 1 onder k jo. 10a lid 2 Nbw 1998 (art. 1.1 lid 1 jo. 2.1 lid 4 Wnb).
[11] Art. 10a lid 2 Nbw 1998 (art. 2.1 lid 4 Wnb).
[12] De zogenaamde ADC-toets, die ik hier verder niet bespreek.
[13] ABRvS 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1603, r.o. 1.1.
[14] Ik verwijs in dit artikel naar paginanummers in de herziene versie van 18 december 2017. Het programma is te vinden op https://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/.
[15] ABRvS 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1603, r.o. 1.1. en 3.1.
[16] In de Wnb is niet meer een aparte paragraaf gewijd aan de programmatische aanpak stikstof, maar de bevoegdheid om zo’n programma te maken volgt uit art. 1.13 Wnb.
[17] Kamerstukken II 2009/10, 32 127, nr. 135.
[18] Zie voor de definitie, art. 1 onder s Nbw 1998 (deze is niet terug te vinden in de Wnb).
[19] Zie voor een wat meer aangeklede doelstelling, art. 2.1 lid 1 Besluit natuurbescherming.
[20] Programma Aanpak Stikstof, p. 22. Zie ook art. 2.2 lid 1 Besluit Natuurbescherming.
[21] Programma Aanpak Stikstof, p. 22.
[22] Programma Aanpak Stikstof, p. 38.
[23] Deel II Passende beoordeling over het programma aanpak stikstof 2015 – 2021, https://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/. Zie voor de bespreking hiervan p. 74 e.v. van het PAS.
[24] Programma Aanpak Stikstof, p. 78.
[25] Programma Aanpak Stikstof, p. 38.
[26] De uitspraak zoals gepubliceerd op rechtspraak.nl telt 79 pagina’s inclusief bijlagen.
[27] Zie voor de samenvatting: ABRvS 17 mei 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1259, r.o. 1.6. – 1.11.
[28] ABRvS 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1603, r.o. 1.
[29] ABRvS 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1603, r.o. 2.4.
[30] ABRvS 17 mei 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1259.
[31] HvJ EU 18 november 2018, ECLI:EU:C:2018:882.
[32] HvJ EU 18 november 2018, ECLI:EU:C:2018:882, verklaring voor recht nr. 3.
[33] HvJ EU 18 november 2018, ECLI:EU:C:2018:882, r.o. 104.
[34] Autonome ontwikkelingen spelen ook een rol, maar laat ik hier buiten beschouwing.
[35] ABRvS 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1603, r.o. 3.8.
[36] ABRvS 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1603, r.o. 15.1.
[37] ABRvS 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1603, r.o. 7.1. en 7.2.
[38] ABRvS 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1603, r.o. 11.5.
[39] ABRvS 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1603, r.o. 11.4 .
[40] Ch.W. Backes, annotatie bij ABRvS 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1603, AB 2019/309, o. 3.
[41] ABRvS 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1603, r.o. 11.7.
[42] ABRvS 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1603, r.o. 11.7.
[43] ABRvS 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1603, r.o. 12.2., 13.6. en 16.2.
[44] ABRvS 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1603, r.o. 14.6. en 16.3.
[45] ABRvS 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1603, r.o. 15.3., 15.4. en 16.7.
[46] ABRvS 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1603, r.o. 19.6. en 27.3.
[47] ABRvS 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1603, r.o. 22. en 27.4.
[48] ABRvS 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1603, r.o. 28.2.
[49] Het is in strijd met art. 19kh lid 1 onder h Nbw 1998. ABRvS 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1603, r.o. 31.1.
[50] ABRvS 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1603, r.o. 32.6.
[51] ABRvS 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1603, r.o. 32.7.
[52] ABRvS 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1603, r.o. 35.
[53] Regeling instelling Adviescollege stikstofproblematiek, Stcrt. 2019, 40120.
[54] Niet alles kan (advies van het Adviescollege Stikstofproblematiek), bijlage bij Kamerstukken II 2019/20, 32670, 166.
[55] Aanbiedingsbrief ‘Niet alles kan’, bijlage bij Kamerstukken II 2019/20, 32670, 166.
[56] Niet alles kan, p.1.
[57] Niet alles kan, p.7.
[58] Niet alles kan, p.1.
[59] Niet alles kan, p.2.
[60] Kamerstukken II 2019/20, 32670, nr. 167.
[61] Kamerstukken II 2019/20, 32670, nr. 167, p. 3.
[62] Kamerstukken II 2019/20, 32670, nr. 167, p. 3.
[63] ‘NOS gesprek minister-president’, NPO Start 4 oktober 2019.
Agenda

Kantoorbezoek Houthoff

Op 6 december 2019 zullen wij afreizen naar Amsterdam om een bezoek te brengen aan Houthoff. Er zijn een beperkt aantal plekken vrij, dus geef je snel op met je CV via...

Gast van de Raad

Op 13 november zullen wij een bezoekje brengen aan de gemeenteraad! We zullen een vergadering bijwonen met een afsluitend diner. Het belooft een spannende vergadering te worden, omdat het zal gaan over de jaarlijkse begroting! Meld je snel aan door een...

Brexit actualiteitenbijeenkomst

Het nieuws over Brexit is bijna niet meer bij te houden, en telkens is weer de vraag: kan dat zo maar en hoe zit dat eigenlijk staatsrechtelijk? Volgens het Supreme Court is de opschorting (prorogation) van het parlement onrechtmatig. Wat staat er nu...

RECENTE POSTS

Voorstellen bestuur!

Voorstellen bestuur!

Het collegejaar is weer begonnen, en dat betekent voor onder andere Frederik van der Marck een nieuw bestuur! Terwijl jullie alweer druk aan het zwoegen zijn in de collegezalen, is het nieuwe bestuur bezig om de gemaakte plannen voor Frederik in werking te laten treden. Maar, wie is nu dat nieuwe bestuur dat deze plannen heeft bedacht? Om dit te beantwoorden zijn aan het nieuwe bestuur een paar vragen gesteld. Zo kunnen jullie een beter beeld krijgen wie achter de schermen van onze vereniging te vinden zijn.

De beleidsvrijheid van de overheid in de zaak Urgenda

De beleidsvrijheid van de overheid in de zaak Urgenda

Op 9 oktober 2018 heeft het gerechtshof Den Haag de uitspraak van de rechtbank in de zaak Urgenda bekrachtigd. Stichting Urgenda vindt dat de Staat meer moet doen om de uitstoot van broeikasgassen in Nederland te verminderen. Ook vindt zij dat de Staat geen adequaat klimaatbeleid voert. Uiteindelijk stelde de rechtbank Urgenda in het gelijk, waarna de Staat in hoger beroep is gegaan. De uitspraak van het hof geeft op verschillende vlakken genoeg voer voor discussie. In hoeverre mag de rechter het beleid van de uitvoerende macht toetsen? Heeft de rechter in deze zaak de beleidsvrijheid wel goed in acht genomen? In deze blog zal ik hier verder op ingaan.

Het Benthem-arrest

Het Benthem-arrest

Als rechtenstudent stamp je diverse arresten met bijbehorende rechtsregels in je hoofd. Wat we ons wellicht niet direct realiseren is dat er achter deze rechtsregels ook een persoon schuil gaat. Neem het Benthem-arrest. Dit arrest zal menig rechtenstudent niet onbekend voorkomen. Hierin oordeelde het EVRM dat het Kroonberoep, zoals wij dat in Nederland kenden, in strijd is met artikel 6 lid 1 EVRM. Het arrest heeft dan ook een grote invloed gehad op het Nederlandse bestuursprocesrecht. Maar wie is de heer Benthem eigenlijk en wat voor invloed heeft deze uitspraak op hem persoonlijk gehad? Professor Herman Bröring zal vanavond tijdens ons kroegcollege hier meer over vertellen. Daarnaast heeft professor Bröring een interessante blog geschreven over zijn ontmoetingen met de heer Benthem, welke wij jullie niet willen onthouden.