Het Benthem-arrest

Als rechtenstudent stamp je wekelijks diverse arresten met bijbehorende rechtsregels in je hoofd. Wat we ons wellicht niet direct realiseren is dat er achter deze rechtsregel ook een persoon schuil gaat. Neem nu het Benthem-arrest. Deze zal menig rechtenstudent niet onbekend voorkomen. In het Benthem-arrest oordeelde het EVRM dat het Kroonberoep, zoals wij dat in Nederland kenden, in strijd is met artikel 6 lid 1 EVRM. Het arrest heeft dan ook een grote invloed gehad op het Nederlandse bestuursprocesrecht. Maar wie is de heer Benthem eigenlijk en wat voor invloed heeft deze uitspraak op hem persoonlijk gehad? Professor Herman Bröring zal vanavond tijdens ons kroegcollege hier meer over vertellen. Daarnaast heeft professor Bröring een interessante blog geschreven over zijn ontmoetingen met de heer Benthem, welke wij jullie niet willen onthouden. 

 

Een einde en een begin

1984. Het annus horribilis voor de heer Albert Benthem. De hem in 1976 door B&W van Weststellingwerf verleende Hinderwetvergunning voor de uitbreiding van zijn garagebedrijf met een LPG-installatie werd in 1979 door de Kroon vernietigd. Ondanks handhavingsbesluiten wist Benthem de bedrijfsvoering tot februari 1984 te rekken. Toen viel alles in duigen. Geen toereikende vergunning. Een mislukte bedrijfsverplaatsing. Faillissement. Het onnadenkend nog gauw elders onderbrengen van Lada’s, Skoda’s en Trabantjes werd als paulianeus bestempeld, zodat gijzeling volgde. Het huwelijk met de liefde van zijn leven liep spaak. Wie zou in deze situatie, waarin aan zoveel een einde kwam, niet overspannen raken?

In 1977 ging ik, eerstejaars rechtenstudent aan de Rijksuniversiteit Groningen, in een flat aan de Frieschestraatweg wonen. Tegenover een LPG-pomp. Op een kwade dag was er ontploffingsgevaar en werd de flat ontruimd. Dat was mijn ontgaan, waardoor ik alleen achter bleef. Er gebeurde niets. Zo kon ik in 1982, samen met studiegenoot Jon Schilder, aan de slag als student-assistent bij Kees Lambers, van de vakgroep bestuursrecht en bestuurskunde. In 1981 had deze vakgroep het rapport Kroonberoep en Arob-beroep uitgebracht. Daarin werd geconcludeerd dat het verschil in toetsing tussen rechter (“alleen rechtmatigheidstoetsing”) en Kroon (“rechtmatigheids- èn doelmatigheidstoetsing”) betrekkelijk is. In dat licht kon het Kroonberoep best worden vervangen door Arob-rechtspraak, die om principiële redenen de voorkeur verdiende. Een voorbehoud werd gemaakt voor Kroonberoepen op het terrein van het milieurecht. Zou met het overbrengen van milieuzaken naar de Arob-rechter niet het kind met het badwater worden weggegooid (deskundigeninbreng, indringende beoordeling, zelf in de zaak voorzien)?

Vervolgonderzoek resulteerde eind zomer 1985 in mijn eerste boek: het rapport Kroonberoepen milieuhygiëne. Hoofdconclusie was dat rechtspraak ook in milieuzaken goed mogelijk is, zij het dat onduidelijk was hoe een rechter met milieurichtlijnen zou omgaan (proefschriftonderwerp!). Een andere conclusie was dat handhaving via het Kroonberoep van rijksbeleid ten opzichte van lagere overheden ongelukkig is, zeker waar een rijksinspecteur het beroep heeft ingesteld. Mijn boek verscheen net op tijd, want op 23 oktober 1985 werd het Benthem-arrest gewezen.

 

Ontmoetingen en vragen

Het begin van mijn carrière viel dus samen met het echec van de heer Benthem. Later, toen ik het naar hem vernoemde arrest aan studenten mocht uitleggen, had ik alleen het fundamentele belang van dit arrest voor ogen. In die tijd heb ik Benthem menigmaal ontmoet; dikwijls in het Academiegebouw, wanneer hij een oratie of promotie over rechtsbescherming bijwoonde. Hij maakte altijd een opgewekte indruk, en deed in niets aan welk echec dan ook denken. Intussen begon ik me steeds vaker twee dingen af te vragen: Hoe kwam Benthem in vredesnaam in Straatsburg terecht? En wat betekent het arrest voor hemzelf? Beide vragen heb ik hem oktober 2010 voorgelegd, toen ik hem samen met een journalist van Trouw bezocht in verband met het feit dat het een kwart eeuw geleden was dat het Benthem-arrest was gewezen (zie de Trouw van 23 oktober 2010).

Het 100-jarig bestaan van onze AB was reden om herfst 2015 wederom contact met Benthem op te nemen. Gezien de vragen die mij intrigeren, moest ik voor het AB-fotoboek niet naar Noordwolde afreizen, voor een foto van het nog altijd bestaande garagebedrijf, maar naar Benthem zelf.

Toen ik hem belde en vroeg: ‘Hoe gaat het met u, meneer Benthem?’, antwoordde hij: ‘Slecht.’ Dat verbaasde mij. Want ik hoorde een jongensachtige stem. Bovendien bleek Benthem, inmiddels 88 jaar, nog in zijn Mercedes te rijden, op weg naar een bedrijvendag in de stad Groningen. We maakten een afspraak voor enkele dagen later, in zijn appartement te Delfzijl, met prachtig uitzicht over de Eems. De ontvangst was hartelijk, het appartement gezellig ofschoon wat rommelig. Een hal met krantenberichten van eind oktober 1985 over het Benthem-arrest keurig ingelijst. Een kamer met veel boeken. En stapels ordners over lopende rechtszaken. Zoals advocaten de naam van de cliënt op de rug van een ordner schrijven, zo schrijft Benthem de naam van zijn advocaat op de rug van een ordner. Ook het dossier van de Straatsburgse zaak over het Kroonberoep is nog aanwezig. In een kluis waarvan de sleutel zoek is.

 

Hoe de heer Benthem in Straatsburg terecht kwam

Wie meent dat het Benthem-arrest over een burger gaat die zijn recht zoekt en afdwingt dat zijn geschil in plaats van door het bestuur door een onafhankelijke en onpartijdige rechter wordt berecht, heeft het mis. Het gaat over oliemaatschappijen die werden gefrustreerd in hun LPG-handel. Rond 1980 stond LPG in een kwaad daglicht. Weliswaar was de brandstof relatief schoon, maar de pompinstallaties werden als onveilig beschouwd. Het strenge (afstands)beleid stond keer op keer de plaatsing van een LPG-installatie in de weg. Hoe konden de oliemaatschappijen dat verdomde rijksbeleid onderuit halen? Toen Benthem door het kwijtraken van zijn LPG-vergunning in de penarie zat, nam hij contact op met zijn brancheorganisatie. Deze verwees naar advocaten die gefinancierd werden door die oliemaatschappijen. Zij hadden met de zaak Benthem een ijzersterke testcase: een mede door een rijksinspecteur ingesteld beroep bij een rijksorgaan, de Kroon, ter handhaving van rijksbeleid.

Het komt erop neer dat grote ondernemingen de zaak Benthem hebben uitgelicht om hun eigen belangen te behartigen. Desgevraagd vertelde Benthem zich er nu van bewust te zijn dat hij is gebruikt voor het grote geld. Maar indertijd had hij geen enkel benul, zat middenin de sores, en was blij met hulp van advocaten van naam en faam. Dat het niet om hemzelf  te doen was, is Benthem pijnlijk duidelijk geworden toen hij later een schadeclaim van fl. 4.200.000,- wilde indienen. Zijn vordering bleek net twee weken te zijn verjaard. Zijn advocaten in de Straatsburgse procedure hadden daar geen acht op gegeven. Voor hen was Benthem immers slechts een case om hun eigenlijke cliënten, de oliemaatschappijen, te bedienen. Die cliënten waren niet genegen voor Benthem de schadeprocedure te betalen. Ze waren hem al lang vergeten. Zo zij ooit aan hem hebben gedacht.

 

Wat het arrest voor de heer Benthem persoonlijk betekent

Het faillissement van zijn garagebedrijf in februari 1984 en het gedoe daar omheen leidde tot een breuk van Benthem met vrouw en kinderen. Ook het Straatsburgse arrest zelf is van grote invloed op zijn leven geweest. De zitting te Straatsburg was voor Benthem een boeiende happening: een hele stoet rechters in prachtige gewaden; nerveuze landsadvocaten die, aldus Benthem, het einde van hun carrière vreesden. De eerste dagen na de uitspraak voelde Benthem zich een held. Stukken in kranten, met zijn naam in kapitalen. Ettelijke bossen bloemen werden bezorgd. Maar geestelijk was Benthem nog niet boven Jan. Toen hij wel zover was, realiseerde hij zich dat hij alles kwijt was.

Het boek 1984 gaat over een individu dat ten onder gaat in een kansloos gevecht tegen een totalitair bewind. Benthem is niet ten onder gegaan. In tegendeel: het arrest heeft hem juist de power gegeven om jaar-in-jaar-uit tegen allerlei vormen van onrecht te strijden. Nederland kent weliswaar geen totalitair bewind: toch is er veel onrecht. Benthem juicht daarom toe dat steeds meer mensen de weg naar Straatsburg hebben weten te vinden (hij heeft nog altijd een abonnement op een EHRM-jurisprudentietijdschrift). Zelf heeft hij nog zeven procedures bij de nationale rechter lopen (‘Ze moeten opschieten, want ik ben al 88.’). Ook buiten de rechter om heeft hij altijd het recht gezocht. Bijvoorbeeld die keer dat hij namens Nederland in Brussel mocht meedenken over een gemeenschappelijk niveau van minimumloon en bijstand voor de toen zes EEG-landen. Zijn lidmaatschap van vier politieke partijen en tal van andere organisaties getuigen van een uitgebreid netwerk om de macht aan te pakken.

De voortdurende strijd van Benthem tegen onrecht is ongetwijfeld geïnspireerd door het naar hem vernoemde arrest. Naar eigen zeggen is hij door dit arrest een onaangenaam mens geworden: iemand die zich in onrecht vastbijt en nooit meer loslaat. Al die gevechten voor recht houden hem ook op de been. ‘Het is het enige wat ik nog heb.’ Bovendien worden resultaten geboekt, zoals verbetering van de nazorg voor mensen die een militaire missie achter de rug hebben (een van de strijdpunten van Benthem, die zelf na WO II in Indonesië vertoefde). Op de staande gedenksteen van zijn al aangekochte graf – met eeuwig durende rechten: ‘Ik laat mij nooit ruimen!’ – prijkt dan ook terecht een beeltenis van Vrouwe Justitia.

 

Meervoudig belang

Het Benthem-arrest is een ‘blijvend constitutioneel ankerpunt’, aldus volkomen juist Tom Barkhuysen in AB-klassiek. Het arrest heeft bovendien praktische impact. Zo is verre van uitgesloten dat de Kroon anders had geoordeeld dan de Afdeling bestuursrechtspraak in haar uitspraak van 18 november 2015, over de gaswinning uit het Groningenveld. Daarnaast illustreert het arrest dat een rechtszaak soms niet gaat over waarover zij gaat (rechtsstaat, grootkapitaal, individu?). Verder is het een schoolvoorbeeld van een pyrrhusoverwinning. Dat wil zeggen: voor de appellant zelf, voor wie het arrest bovendien de bezegeling was van een persoonlijk drama. Ook was het arrest vliegwiel van een permanente strijd van een individu tegen onrecht. Al deze ingrediënten tezamen maken dat het Benthem-arrest zijn constitutionele betekenis nog overstijgt en voor ons onderwijs van buitengewone waarde is.

Door: prof. mr. dr. H.E. Bröring

 

Agenda

Vind je droombaan: Workshop Young Talent Factory

Wat zijn jouw mogelijkheden op de arbeidsmarkt? Kom erachter hoe jouw droombaan eruit ziet en wat jouw unieke talenten zijn tijdens deze workshop bij Young Talent Factory. Na afloop kun je de eerste stap richting jouw droombaan zetten! De workshop vindt...

Kroegcollege Benthem-arrest

Iedere rechtenstudent kent het Benthem-arrest, waarin het EVRM oordeelde dat een Kroonberoep zoals wij dat in Nederland kenden, in strijd is met artikel 6 lid 1 EVRM. Het arrest heeft dan ook een grote invloed gehad op het Nederlandse bestuursprocesrecht....

Kantoorlunch Trip Advocaten

Altijd al eens willen weten hoe het er bij Trip Advocaten en Notarissen aan toe gaat? Dit is je kans! Op 3 mei brengt Frederik van der Marck een bezoek aan advocatenkantoor Trip Advocaten te Groningen. Tijdens een gezellige lunch kun je op een...

RECENTE POSTS

De beleidsvrijheid van de overheid in de zaak Urgenda

De beleidsvrijheid van de overheid in de zaak Urgenda

Op 9 oktober 2018 heeft het gerechtshof Den Haag de uitspraak van de rechtbank in de zaak Urgenda bekrachtigd. Stichting Urgenda vindt dat de Staat meer moet doen om de uitstoot van broeikasgassen in Nederland te verminderen. Ook vindt zij dat de Staat geen adequaat klimaatbeleid voert. Uiteindelijk stelde de rechtbank Urgenda in het gelijk, waarna de Staat in hoger beroep is gegaan. De uitspraak van het hof geeft op verschillende vlakken genoeg voer voor discussie. In hoeverre mag de rechter het beleid van de uitvoerende macht toetsen? Heeft de rechter in deze zaak de beleidsvrijheid wel goed in acht genomen? In deze blog zal ik hier verder op ingaan.

De uiteenlopende werkzaamheden van een RUG-docent: een interview met Michiel Duchateau

De uiteenlopende werkzaamheden van een RUG-docent: een interview met Michiel Duchateau

Voor een nieuwe MarcKrant Blog heeft Sophie Mein bij de vakgroep Michiel Duchateau uitgebreid geïnterviewd over zijn (studie)loopbaan, zijn werkweek en zijn werk als docent. De heer Duchateau is als docent verbonden aan de vakgroep Staats- en Bestuursrecht en Bestuurskunde (SBB) van de Rijksuniversiteit Groningen. Hij doceert verschillende vakken, die onder andere deel uitmaken van het Honoursprogramma en de master Staats- en Bestuursrecht. Daarnaast is de heer Duchateau voorzitter van de faculteitsraad.

De Wob en Whatsapp

De Wob en Whatsapp

Menig ambtenaar zal enigszins verbaasd met zijn ogen hebben geknipperd na het lezen van de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in de WhatsApp-uitspraak. De Afdeling heeft recent besloten dat WhatsAppberichten van ambtenaren onder de Wob vallen, of deze nu op een werktelefoon of een privételefoon staan. Hiermee gaat de Afdeling een stapje verder dan de Rechtbank Midden-Nederland, die zich beperkte tot WhatsAppberichten die zich bevinden op zakelijke telefoons. Maar hoezo is een WhatsAppbericht een document in de zin van de Wob? En berusten dergelijke berichten onder een bestuursorgaan? Sophie Perlot gaat in dit artikel geeft in op hoe de Rechtbank en de Afdeling tot dit oordeel zijn gekomen, waarbij zij afsluit met enige opvattingen over deze uitspraak.