KEI moeilijk?

In 2012 is op initiatief van de Rechtspraak begonnen met het opzetten van ‘KEI’ (Kwaliteit en Innovatie rechtspraak). Het hoofddoel hiervan was het mogelijk maken van volledige digitalisering binnen de rechtspraak binnen een paar jaar.1 Het hele KEI project heeft tot aan april 2018 al 220 miljoen euro gekost. Dit is een overschrijding van ruim 200 miljoen euro, nu de oorspronkelijke begroting was vastgelegd op 7 miljoen euro. In dit stuk kijkt Eline Jonkman naar KEI in het bestuursrecht, waarbij ze ingaat op de regeling in de Awb en wat er tot op heden van KEI in het bestuursrecht in de praktijk terecht is gekomen.

 

 

Voor wie geldt de verplichting?

De bedoeling van KEI is dat een zaak digitaal gestart wordt en de processtukken digitaal ingediend worden. Deze verplichting geldt conform artikel 8:36b lid 1 BW echter niet voor natuurlijke personen die optreden als procespartij en daarbij niet handelen in de uitoefening van een beroep of bedrijf en tevens niet worden bijgestaan door een professionele rechtsbijstandverlener.2 Indien een natuurlijke persoon aan deze cumulatieve vereisten voldoet, mag deze op papier blijven communiceren met de rechtbank. De ratio hierachter is dat niet alle natuurlijke personen beschikken over de juiste vaardigheden en middelen om digitaal te procederen. Indien aan hen de verplichting wordt opgelegd om digitaal te procederen, dan zal hen min of meer de weg naar de rechter worden onthouden, of zij zullen in hun verdediging worden geschaad. Dit laatste is strijdig met artikel 6 EVRM.3

De regeling van afdeling 8.1.6A doet ons geloven dat de verplichting om digitaal te procederen inmiddels in alle bestuursrechtelijke zaken wordt gehanteerd. Artikel 8:36a lid 1 Awb eist immers dat beroep langs elektronische weg wordt ingesteld. Wie alleen de letter van de wet leest, zal vermoeden dat hij in een bestuursrechtelijke zaak daarmee verplicht wordt gesteld om beroep langs elektronische weg in te dienen. Niets is echter minder waar. Sinds 12 juni 2017 geldt de verplichting om digitaal te procederen binnen het bestuursrecht enkel in asiel- en bewaringszaken.4 Let wel, dit geldt uiteraard weer niet indien sprake is van een natuurlijke persoon die optreedt als procespartij en die daarbij niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf en tevens niet wordt bijgestaan door een professionele rechtsbijstandverlener.

 

KEI in de praktijk

Digitaal procederen komt er voorlopig niet, zo schrijft het NRC in april 2018 naar aanleiding van een brief van de Raad voor de Rechtspraak aan minister Sander Dekker.5 In deze brief schrijft de Raad voor de rechtspraak dat de digitalisering veel meer tijd kost dan was voorzien. Tevens is geconcludeerd dat de aansturing en de tijdelijke structuur niet meer passen bij de structurele aard van werkzaamheden. Uit onderzoek van Deloitte bleek dat de architectuur herzien moet worden om tot betrouwbare, onderhoudbare en schaalbare systemen te komen. De moeilijkheid zit hem daarbij in het feit dat de digitalisering van KEI zeer complex is. De complexiteit van KEI zit hem onder meer in de combinatie van een meerjarig programma, het harmoniseren en standaardiseren van de werkprocessen, et cetera. Wel wordt er in de media op gewezen dat het vooral in de civiele sector is misgegaan. Al met al is het werk binnen de rechtspraak ‘te complex’ en is onderschat hoe ingewikkeld het is om de rechtspraak te digitaliseren.6 Toch zijn er ook positieve berichten over KEI. Zo benoemt de Raad voor de rechtspraak de successen die zijn behaald, zoals het digitaal procederen in asiel- en bewaringszaken. Voor het overige geldt dat de regelgeving er is, echter laat de uitvoering nog even op zich wachten.

 

Hoe nu verder?

Het nieuwe hoofddoel van de digitalisering van de rechtspraak is inmiddels ingeperkt, zo blijkt uit de hiervoor genoemde brief van de Raad voor de Rechtspraak aan minister Sander Dekker: het gaat nog slechts om digitale toegankelijkheid voor rechtzoekenden en professionals. De digitalisering gaat dus gewoon door. Wat betekent dit dan voor de Awb? De huidige KEI wetgeving zal vooralsnog gelijk blijven.7 Met betrekking tot het procederen in asiel- en bewaringszaken verandert er dus niets: dit blijft wettelijk verplicht. Of en wanneer het digitaal procederen binnen de overige bestuursrechtelijke gebieden verplicht wordt, is lastig te voorspellen. Het blijft hierover opvallend stil, hetgeen begrijpelijk is gezien de ‘ondergang’ van de KEI.

Het idee van KEI is passend in ons huidige tijdperk, nu dit tijdperk om digitalisering draait. Daarbij is het anno 2019 vreemd dat automatisering in de rechtspraak nog niet van de grond is gekomen. Toch moeten we nog heel even wachten, of misschien wel langer dan heel even. Het zal mij benieuwen wanneer in het bestuursrecht tot volledige digitalisering wordt overgaan.

Door: Eline Jonkman

 

1. T. Kieft, ‘KEI is niet een grote flop’, www.mr-online.nl 24 april 2018.
2. Kamerstukken II 2014‐2015, 34059 nr. 3 (MvT), pagina 11.
3. Kamerstukken II 2014‐2015, 34059 nr. 3 (MvT), pagina 11.
4. ‘Start verplicht digitaal procederen in asiel- en bewaringzaken’, www.rechtspraak.nl 12 juni 2017.
5. M.L. Adriaanse, ‘Digitalisering rechtspraak is mislukt en moet helemaal opnieuw’, www.nrc.nl 10 april 2018.
6. M.L. Adriaanse, ‘Digitalisering rechtspraak is mislukt en moet helemaal opnieuw’, www.nrc.nl 10 april 2018.
7. H. van Rijn, ‘Nieuwe ronde, nieuwe kansen voor digitalisering rechtspraak’, www.keiduidelijk.nl 22 november 2018.
Agenda

Vind je droombaan: Workshop Young Talent Factory

Wat zijn jouw mogelijkheden op de arbeidsmarkt? Kom erachter hoe jouw droombaan eruit ziet en wat jouw unieke talenten zijn tijdens deze workshop bij Young Talent Factory. Na afloop kun je de eerste stap richting jouw droombaan zetten! De workshop vindt...

Kroegcollege Benthem-arrest

Iedere rechtenstudent kent het Benthem-arrest, waarin het EVRM oordeelde dat een Kroonberoep zoals wij dat in Nederland kenden, in strijd is met artikel 6 lid 1 EVRM. Het arrest heeft dan ook een grote invloed gehad op het Nederlandse bestuursprocesrecht....

Kantoorlunch Trip Advocaten

Altijd al eens willen weten hoe het er bij Trip Advocaten en Notarissen aan toe gaat? Dit is je kans! Op 3 mei brengt Frederik van der Marck een bezoek aan advocatenkantoor Trip Advocaten te Groningen. Tijdens een gezellige lunch kun je op een...

RECENTE POSTS

De beleidsvrijheid van de overheid in de zaak Urgenda

De beleidsvrijheid van de overheid in de zaak Urgenda

Op 9 oktober 2018 heeft het gerechtshof Den Haag de uitspraak van de rechtbank in de zaak Urgenda bekrachtigd. Stichting Urgenda vindt dat de Staat meer moet doen om de uitstoot van broeikasgassen in Nederland te verminderen. Ook vindt zij dat de Staat geen adequaat klimaatbeleid voert. Uiteindelijk stelde de rechtbank Urgenda in het gelijk, waarna de Staat in hoger beroep is gegaan. De uitspraak van het hof geeft op verschillende vlakken genoeg voer voor discussie. In hoeverre mag de rechter het beleid van de uitvoerende macht toetsen? Heeft de rechter in deze zaak de beleidsvrijheid wel goed in acht genomen? In deze blog zal ik hier verder op ingaan.

Het Benthem-arrest

Het Benthem-arrest

Als rechtenstudent stamp je diverse arresten met bijbehorende rechtsregels in je hoofd. Wat we ons wellicht niet direct realiseren is dat er achter deze rechtsregels ook een persoon schuil gaat. Neem het Benthem-arrest. Dit arrest zal menig rechtenstudent niet onbekend voorkomen. Hierin oordeelde het EVRM dat het Kroonberoep, zoals wij dat in Nederland kenden, in strijd is met artikel 6 lid 1 EVRM. Het arrest heeft dan ook een grote invloed gehad op het Nederlandse bestuursprocesrecht. Maar wie is de heer Benthem eigenlijk en wat voor invloed heeft deze uitspraak op hem persoonlijk gehad? Professor Herman Bröring zal vanavond tijdens ons kroegcollege hier meer over vertellen. Daarnaast heeft professor Bröring een interessante blog geschreven over zijn ontmoetingen met de heer Benthem, welke wij jullie niet willen onthouden. 

De uiteenlopende werkzaamheden van een RUG-docent: een interview met Michiel Duchateau

De uiteenlopende werkzaamheden van een RUG-docent: een interview met Michiel Duchateau

Voor een nieuwe MarcKrant Blog heeft Sophie Mein bij de vakgroep Michiel Duchateau uitgebreid geïnterviewd over zijn (studie)loopbaan, zijn werkweek en zijn werk als docent. De heer Duchateau is als docent verbonden aan de vakgroep Staats- en Bestuursrecht en Bestuurskunde (SBB) van de Rijksuniversiteit Groningen. Hij doceert verschillende vakken, die onder andere deel uitmaken van het Honoursprogramma en de master Staats- en Bestuursrecht. Daarnaast is de heer Duchateau voorzitter van de faculteitsraad.