De loopbaan van een RUG-docent: een interview met Arend Koenes

Voor een nieuwe MarcKrant Blog heeft Sophie Mein bij de vakgroep bestuursrecht-docent Arend Koenes uitgebreid geïnterviewd over zijn (studie)loopbaan, zijn werkweek en zijn werk als docent. De heer Koenes is als part-time docent verbonden aan de vakgroep Staats- en Bestuursrecht en Bestuurskunde (SBB) van de Rijksuniversiteit Groningen. Daarnaast is de heer Koenes werkzaam bij de Inspectie Leefomgeving en Transport (Inspectie-ILT) van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

 

 

 

 

De studieloopbaan van de heer Koenes

Arend Koenes studeerde in 1993 af als jurist aan de Rijksuniversiteit Groningen met de master Recht en Bestuur. Vroeger heette dit nog Juridische Bestuurswetenschappen. Tijdens zijn studie heeft Arend Koenes ongeveer een half jaar stage gelopen bij het Ministerie van Landbouw, Visserij en Natuurbeheer. Hij hield zich toen onder andere bezig met het onderwerp ‘milieucoöperatie’. Dit is een coöperatieve organisatie van agrarische ondernemers die natuur-, milieu- en landschapsaspecten integreren in hun bedrijfsvoering. Uiteindelijk werd de milieucoöperatie ook het onderwerp waar Arend op afstudeerde.

In de jaren 1993 en 1994 is Arend in militaire dienst geweest. Eind 1995 kon hij een baan krijgen bij de gemeente IJsselmuiden. Op de afdeling Ruimtelijke Ordening en Beheer kreeg hij een afwisselende administratief-juridische functie op het gebied van milieu en ruimtelijke ordening en de verkoop van bouwkavels. Na drie jaar verruilde Arend zijn baan voor een functie als senior juridisch beleidsmedewerker bij de gemeente Putten. In deze functie vertegenwoordigde hij de gemeente ook in verschillende rechtszaken bij de Raad van State. Na de gemeente Putten werkte hij nog enige tijd bij de gemeente Assen en aanvaardde vervolgens een functie bij de gemeente Delfzijl. In Delfzijl was Arend, na een periode werkzaam te zijn geweest als juridisch beleidsmedewerker, afdelingshoofd van de afdeling Bouwen en Milieu. Hierna heeft hij nog gewerkt bij de gemeente Scheemda, waar hij hoofd van de afdeling VROM werd. Arend was vooral geïnteresseerd in het omgevingsrecht, en noemde zichzelf voor de grap ook wel een ‘omgevingsrecht-gek’. Na de gemeente Scheemda kwam hij bij de VROM-Inspectie. Na een reorganisatie in 2012 werd de VROM-Inspectie samengevoegd met de Inspectie Verkeer en Waterstaat en hernoemd tot Inspectie Leefomgeving en Transport. Deze inspectie is van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Bij deze inspectie is Arend tot op heden teamleider van het team Juridische Advisering Veiligheid.

 

De werkweek van de heer Koenes

Arend geeft één dag in de week college bij de vakgroep Staats- en Bestuursrecht en Bestuurskunde (of SBB). Verder zit hij twee tot drie dagen in Utrecht of Den Haag voor zijn werk bij de Inspectie en ook werkt hij met regelmaat een dag in de week thuis. Arend Koenes moet voor de Inspectie veel in overleg en veel vergaderen. Hij noemt het zijn hoofdtaak om er voor te zorgen dat ‘zijn’ mensen (veertien juristen) goed in staat zijn om hun werk te kunnen doen. Ook bespreekt hij inhoudelijk het werk met de juristen. De meeste onderwerpen waar de Inspectie mee bezig is, hebben te maken met veiligheid. Over het werk bij het ministerie hieronder meer.

 

Inspectie Leefomgeving en Transport                

Wat is deze inspectie eigenlijk voor een instantie? De missie van deze Inspectie is het werken aan veiligheid, zekerheid en het vertrouwen van transport, infrastructuur, milieu en wonen. ‘Het draait allemaal om de invloed van ons werk op de maatschappij, het maatschappelijk effect’, aldus Arend. De Inspectie werkt vooral op de gebieden waar de risico’s het hoogst liggen. ‘Tegenwoordig houden we vooral toezicht op woningbouwcorporaties, afvaltransporten, bodem en water, grote bedrijven en schepen, luchtvaart, treinen en taxi’s’. De Inspectie verleent vooral vergunningen en houdt zich bezig met toezicht en handhaving. De Inspectie houdt dus vooral toezicht op de wet- en regelgeving waar ook het Ministerie verantwoordelijk voor is. Er is een afdeling Juridische Zaken van ongeveer zestig juristen. Deze juristen zijn onderverdeeld in een aantal teams. Arend zit in het team Juridische Advisering Veiligheid. Hij is, zoals eerder gezegd, teamleider. Dit team is vooral gefocust op juridische advisering op het terrein van veiligheid. De taak van Arend zou je het best kunnen omschrijven als middenmanager. Hij zorgt ervoor dat de taken die op het team afkomen, goed worden verdeeld, adequaat opgepakt worden en dat vakkennis en vaardigheden aansluiten bij het werk waarvoor het team verantwoordelijk voor is.

Wanneer er een probleem is, heeft de Inspectie informatie nodig voordat zij kan optreden. Ondertoezichtstaanden zijn verplicht mee te werken aan het verstrekken van informatie. Daarom speelt de rol als toezichthouder een grote rol. Stel dat grote bedrijven niet aan de wet- en regelgeving voldoen, dan worden deze ‘ondertoezichtstaanden’ gedwongen om de wet na te leven. Dit interveniëren kan op verschillende manieren plaatsvinden. Soms is straffen noodzakelijk, maar soms kan door middel van voorlichting of een waarschuwing al naleving worden bereikt. Het hoofddoel, zoals hierboven werd gezegd, is het maatschappelijk effect. De veiligheid moet gewaarborgd worden omtrent scheepvaart, luchtvaart, treinen, afval. Mensen moeten zekerheid en vertrouwen hebben binnen de maatschappij. Vroeger was het doel hoofdzakelijk dat de wet nageleefd werd; tegenwoordig draait het er meer om dat maatschappelijke risico’s afnemen.

Arend vindt zijn werk bij de Inspectie uitdagend, dynamisch en leuk. Het is wel anders dan bij een gemeente – alhoewel hij daar ook met plezier heeft gewerkt – omdat je daar meer gericht bent op lokale thema’s en onderwerpen en hier meer werkt aan landelijke thema’s en onderwerpen. Ook heeft hij ervaren dat het ‘eenvoudiger’ is om weer aan nieuwe onderwerpen te gaan werken. ‘Je kunt je bij de Inspectie bijvoorbeeld vijf jaar bezighouden met scheepvaart en dan weer vijf jaar met luchtvaart. Er zijn verschillende invullingen van de functie mogelijk en dat maakt het juist leuk. Er is dus een grote diversiteit van taken en werkzaamheden. Als je werkzaam bent bij de Inspectie kun je echt iets betekenen en dat maakt het natuurlijk nog leuker’, vindt Arend. Hij wil nog graag een tijd bij de Inspectie blijven werken. Hij werkt liever bij de overheid in het kader van het algemeen belang dan in het bedrijfsleven waar vaak het bedrijfsbelang (bijv. winst, continuïteit) centraal staat.

 

De heer Koenes zijn werk als Rug-docent

Sinds 2011 is Arend werkzaam bij de RUG. Hij gaf hiervoor al volwassenenonderwijs en tegenwoordig ook nog cursussen (bijv. omgevings- en handhavingsrecht) voor de Bestuursacademie (dé opleider voor het openbaar bestuur) en andere marktpartijen ( met name gemeenteambtenaren). Bij de vakgroep Staats- en Bestuursrecht en Bestuurskunde zochten ze in 2011 iemand voor de vakken Omgevingsrecht en Bestuursrecht. Arend geeft de laatste jaren vooral veel Bestuursrecht 1 en 2, waar sommigen van jullie hem misschien wel van kennen. Het lesgeven tijdens de werkgroepen bevalt hem bijzonder goed en hij vindt voornamelijk de interactie met studenten erg leuk. Arend weet veel van bijzonder bestuursrecht (bijv. Wet algemene bepalingen omgevingsrecht), doordat hij hier in de praktijk al veel mee bezig is. De vakken Bestuursrecht 1 en 2 betreffen het algemeen bestuursrecht. Deze kennis is erg belangrijk als basis voor het toepassen van het  bijzonder bestuursrecht. Ook vindt Arend de sfeer bij de vakgroep erg prettig. Er is een goede band binnen de vakgroep en iedereen heeft alle kansen om mee te denken, te praten en te doen. Het werken binnen de vakgroep is verder leuk en interessant omdat de vakgroep zowel bestaat uit ervaren als startende docenten en onderzoekers.

Tot zover de loopbaan en werkzaamheden van bestuursrecht-docent Arend Koenes. Het is duidelijk geworden dat Arend een leuke, dynamische en vooral afwisselende werkweek heeft waarin hij zich met verschillende taken en werkzaamheden bezighoudt.

 

Door:  Sophie Mein

 

Agenda

Kantoorbezoek Houthoff

Heb jij altijd al wel eens binnen willen kijken bij een kantoor op de Zuidas? Ga dan op vrijdag 7 december met ons mee naar advocatenkantoor Houthoff! Het programma begint op kantoor om 14:30 uur met een korte presentatie. Om 15:00 uur gaan wij aan de slag met een...

Kroegcollege KienhuisHoving

Op 26 november organiseert Frederik in samenwerking met Progressief Rechten een borrellezing in De Drie Gezusters. Ilse van der Woude, werkzaam bij KienhuisHoving, zal ons dan meer vertellen over het onderwijs- en ambtenarenrecht. Dit alles natuurlijk onder het genot...

Recente posts

Het bestuur stelt zich voor!

Het bestuur stelt zich voor!

De tentamenweken staan weer voor de deur, Frederik heeft zijn eerste activiteiten alweer kunnen afstrepen, de MarcKrant is druk bezig met interessante staats- en bestuursrechtelijke artikelen – kortom: het collegejaar 2018/2019 is in volle gang! Dat betekent dat het hoog tijd is om eens nader kennis te maken met het nieuwe bestuur!

“Goede gronden?”. De groeistuip van het vertrouwensbeginsel binnen de rechtspraak van de ABRvS

“Goede gronden?”. De groeistuip van het vertrouwensbeginsel binnen de rechtspraak van de ABRvS

Een bestuursorgaan mag het vertrouwen dat het heeft gewekt en dat heeft geleid tot gerechtvaardigde verwachtingen niet beschamen. Het vertrouwensbeginsel is één van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Maar wanneer wordt er precies voldaan aan dit vereiste? Wanneer wordt jouw verwachting beschermd door het vertrouwensbeginsel? In onze nieuwe blog legt Maarten van der Laan het vertrouwensbeginsel uit. Hierbij besteedt hij met name aandacht aan de recente jurisprudentie. Nieuwsgierig geworden naar dit interessante beginsel? Lees snel verder!

De reguleringsdrang van gemeenten: pure noodzaak of vergaande overheidsbemoeienis?

De reguleringsdrang van gemeenten: pure noodzaak of vergaande overheidsbemoeienis?

De bierfiets is al lange tijd een doorn in het oog van de gemeente Amsterdam. Zo zou het grote, langzame voertuig voor verkeersopstoppingen zorgen en brengen de personen die zich erop begeven, onder het genot van een biertje, veel overlast met zich mee. Tijd voor een verbod op de bierfiets, aldus de gemeente. Maar is een verbod hier wel de juiste oplossing? Grijpt dit niet te ver in op de vrijheid die de burger mag verwachten binnen zijn gemeente? In de nieuwe MarcKrant Blog gaat Hilde Klok hier uitgebreid op in.