Hoge nood

Voor de rubriek ‘Rechtspraak in beeld’ heeft MarcKrantcommissielid Maarten van der Laan zich gebogen over een recente uitspraak van de rechter met betrekking tot plassen in het openbaar. In hoeverre kan je het een vrouw kwalijk nemen dat zij plast op straat wanneer er alleen openbare plasgelegenheden zijn die geschikt zijn voor mannen? Is het opleggen van een boete wegens wildplassen dan wel rechtvaardig te noemen?

 

 

Het recht om te plassen in de openbare ruimte (m/v)

Geerte Piening liep na het uitgaan met een volle blaas door de straten van Amsterdam en besloot op straat te plassen. Prompt werd zij hierbij door een drietal agenten op de bon geslingerd. Piening ging in beroep. Haar punt: voor mannen zijn er tal van gelegenheden om in het openbaar te plassen en voor vrouwen nagenoeg geen. De rechter verwierp het beroep en dus moet Piening de boete gewoon betalen.1 Hij merkt daarbij op dat Piening gebruik had moeten maken van een plaskrul.2 Deze opmerking zorgde voor reuring in het publieke debat. Met de actie #zeikwijf plasten zoveel mogelijk vrouwen op een plaskrul, dit in reactie op de uitspraak van de rechter.3 Consumentenprogramma KASSA introduceert een ‘plaskaart’ waar gebruikers op kunnen aangeven waar er in Nederland door mannen en vrouwen geplast kan worden.4

Het vonnis  en de opmerkingen van de rechter roepen een aantal vragen op. Ten eerste: is er zoiets als het recht om te plassen in de openbare ruimte? Deze vraag biedt weinig discussie. Ieder mens plast. Toch voorziet de wetgever niet in een wettelijke voorziening voor deze menselijke noodzaak. Het staat de gemeenteraad daarom vrij om wildplassen strafbaar te stellen in haar APV. Geeft dit het openbaar bestuur het recht om enkel plasgelegenheid te bieden aan heren in de openbare ruimte? De rechter is hierover eenduidig. Hij verwerpt het beroep op een ongelijke behandeling met de opmerking dat het aanbieden van openbare toiletten “een service is en geen verplichting”.5 Doet een dermate eenvoudig antwoord wel recht aan de situatie in dit geval?

De “Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen” vormt een uitwerking van het discriminatieverbod uit de Grondwet. De wet schrijft voor dat slechts een indirecte beperking op de gelijke behandeling van mannen en vrouwen is toegestaan onder bepaalde voorwaarden. Het gemaakte onderscheid dient vervolgens objectief gerechtvaardigd te zijn door een legitiem doel, waarbij de middelen voor het bereiken van dat doel passend en noodzakelijk zijn. De bevoegde instantie om te toetsen of er sprake is van inbreuk algemene wet gelijke behandeling is het College voor de Rechten van de Mens.6

Indirect onderscheid betreft een “specifieke benadeling door een handeling die er op het eerste gezicht niet discriminerend uitziet”.7 In dit geval is hier sprake van. De gemeente Amsterdam plaatst een aantal plaskrullen. Zij verschaft hiermee inwonende en passanten de mogelijkheid om in de openbare ruimte haar behoefte doen. Door een scheve verhouding tussen plaskrullen en voorzieningen die voor beide genders bruikbaar zijn – 33 versus 48 –, gunt de gemeente deze mogelijkheid kennelijk wel aan de leden van het mannelijk geslacht en niet aan de leden van het vrouwelijk geslacht. Dient deze beperking dan een objectief doel? Woordvoerders van de gemeente Amsterdam laten in de pers weten dat er “geen beleid wordt gevoerd betreffende het aantal voorzieningen voor mannen- en vrouwen op dit gebied”9 en dat het ontwerp van de huidige plaskrul “historisch zo is gegroeid”.10 Beide verklaringen voorzien de handelswijze van de gemeente Amsterdam niet van een te onderscheiden doel, laat staan een legitiem doel dat het door haar geschapen onderscheid zou kunnen rechtvaardigen.

Er bestaat niet zoiets als het recht tot het plassen in de openbare ruimte. De gemeente Amsterdam biedt echter een voorziening aan die in de praktijk enkel bruikbaar is voor leden van het mannelijk geslacht. Daarmee biedt ze mannen de mogelijkheid tot het plassen in de openbare ruimte, waar zij deze aan vrouwen ontzegt. Een gang naar het College voor de Rechten van de Mens zou mogelijk interessant kunnen zijn om te onderzoeken of de gemeente Amsterdam hiermee inbreuk maakt op de wet gelijke behandeling mannen en vrouwen. Een eventuele uitspraak van het College vormt echter slechts niet-bindend advies. Geen middel dus voor Piening (en de Zeikwijven) om direct spijkers met koppen te slaan. De lokale wetgever kent geen schroom om in actie te komen. De SP-fractie heeft al raadsvragen gesteld, welke aanzet vormen tot meer toiletvoorzieningen in de openbare ruimte die ook voor vrouwen toegankelijk zijn.11

Door Maarten van der Laan

 

K. Bos, ‘NRC checkt: Er zijn amper vrouwelijke wildplassers’, NRC 27 september 2017 https://www.nrc.nl/nieuws/2017/09/27/er-zijn-amper-vrouwelijke-wildplassers-13223042-a1575094.
2  V. Schildkamp, ‘Rechter Carl zei alleen: mannenurinoir is niet verbóden voor vrouwen’, Brabants Dagblad 21 september 2017 https://www.bd.nl/binnenland/rechter-carl-zei-alleen-mannenurinoir-is-niet-verboden-voor-vrouwen~a52a91a0/.
3  ’Uitspraak over wildplassende Amsterdamse krijgt vervolg’, NOS 22 september 2017 https://nos.nl/artikel/2194222-uitspraak-over-wildplassende-amsterdamse-krijgt-vervolg.html.
Kassa, beschikbaar: https://kassa.bnnvara.nl/pagina/kassas-plaskaart. Geraadpleegd op 2 oktober 2017.
5 ‘Te weinig vrouwelijke wildplassers? Statistiek van de koude grond’, NOS 18 septemberhttps://nos.nl/op3/artikel/2193651-te-weinig-vrouwelijke-wildplassers-statistiek-van-de-koude-grond.html.
6 Art. 3 Wet College voor de rechten van de mens.
D.J. Elzinga & R. de Lange, Van der Pot. Handboek van het Nederlandse staatsrecht. Deventer: Kluwer 2014, p. 304.
Gemeente Amsterdam. Beschikbaar: https://kaart.amsterdam.nl/opendata?boundsfilter=52.384747,4.953361,52.357333,4.850941&types=131,2360#!/ .Geraadpleegd op 2 oktober 2017.
9 J Wolthuizen, ‘Toch wildplasboete: vrouwen kunnen ook in urinoir plassen’, Het Parool 18 september 2017, https://www.parool.nl/amsterdam/toch-wildplasboete-vrouwen-kunnen-ook-in-urinoir-plassen~a4517144/.
10 L. van Lonkhuyzen, ‘Wildplasboete voor vrouw met hoge nood raakt snaar’, NRC 21 september 2017 https://www.nrc.nl/nieuws/2017/09/21/wildplasboete-voor-vrouw-met-hoge-nood-raakt-snaar-13106173-a1574218.
11 Gemeente Amsterdam, Beschikbaar: https://amsterdam.raadsinformatie.nl/document/5697307/1/233duijndam.
Agenda

Vind je droombaan: Workshop Young Talent Factory

Wat zijn jouw mogelijkheden op de arbeidsmarkt? Kom erachter hoe jouw droombaan eruit ziet en wat jouw unieke talenten zijn tijdens deze workshop bij Young Talent Factory. Na afloop kun je de eerste stap richting jouw droombaan zetten! De workshop vindt...

Kroegcollege Benthem-arrest

Iedere rechtenstudent kent het Benthem-arrest, waarin het EVRM oordeelde dat een Kroonberoep zoals wij dat in Nederland kenden, in strijd is met artikel 6 lid 1 EVRM. Het arrest heeft dan ook een grote invloed gehad op het Nederlandse bestuursprocesrecht....

Kantoorlunch Trip Advocaten

Altijd al eens willen weten hoe het er bij Trip Advocaten en Notarissen aan toe gaat? Dit is je kans! Op 3 mei brengt Frederik van der Marck een bezoek aan advocatenkantoor Trip Advocaten te Groningen. Tijdens een gezellige lunch kun je op een...

RECENTE POSTS

De beleidsvrijheid van de overheid in de zaak Urgenda

De beleidsvrijheid van de overheid in de zaak Urgenda

Op 9 oktober 2018 heeft het gerechtshof Den Haag de uitspraak van de rechtbank in de zaak Urgenda bekrachtigd. Stichting Urgenda vindt dat de Staat meer moet doen om de uitstoot van broeikasgassen in Nederland te verminderen. Ook vindt zij dat de Staat geen adequaat klimaatbeleid voert. Uiteindelijk stelde de rechtbank Urgenda in het gelijk, waarna de Staat in hoger beroep is gegaan. De uitspraak van het hof geeft op verschillende vlakken genoeg voer voor discussie. In hoeverre mag de rechter het beleid van de uitvoerende macht toetsen? Heeft de rechter in deze zaak de beleidsvrijheid wel goed in acht genomen? In deze blog zal ik hier verder op ingaan.

Het Benthem-arrest

Het Benthem-arrest

Als rechtenstudent stamp je diverse arresten met bijbehorende rechtsregels in je hoofd. Wat we ons wellicht niet direct realiseren is dat er achter deze rechtsregels ook een persoon schuil gaat. Neem het Benthem-arrest. Dit arrest zal menig rechtenstudent niet onbekend voorkomen. Hierin oordeelde het EVRM dat het Kroonberoep, zoals wij dat in Nederland kenden, in strijd is met artikel 6 lid 1 EVRM. Het arrest heeft dan ook een grote invloed gehad op het Nederlandse bestuursprocesrecht. Maar wie is de heer Benthem eigenlijk en wat voor invloed heeft deze uitspraak op hem persoonlijk gehad? Professor Herman Bröring zal vanavond tijdens ons kroegcollege hier meer over vertellen. Daarnaast heeft professor Bröring een interessante blog geschreven over zijn ontmoetingen met de heer Benthem, welke wij jullie niet willen onthouden. 

De uiteenlopende werkzaamheden van een RUG-docent: een interview met Michiel Duchateau

De uiteenlopende werkzaamheden van een RUG-docent: een interview met Michiel Duchateau

Voor een nieuwe MarcKrant Blog heeft Sophie Mein bij de vakgroep Michiel Duchateau uitgebreid geïnterviewd over zijn (studie)loopbaan, zijn werkweek en zijn werk als docent. De heer Duchateau is als docent verbonden aan de vakgroep Staats- en Bestuursrecht en Bestuurskunde (SBB) van de Rijksuniversiteit Groningen. Hij doceert verschillende vakken, die onder andere deel uitmaken van het Honoursprogramma en de master Staats- en Bestuursrecht. Daarnaast is de heer Duchateau voorzitter van de faculteitsraad.